Marienfried bij Pfaffenhofen 1946

Maria, Mutter des Trostes

 

In Mariënfried bij Paffenhofen in de Bondsrepubliek Duitsland verschijnt de Heilige Maagd op 25 april, 25 mei en 25 juni 1946, aan Bärbel Reusz, oud 22 jaar. Mariënfried ligt bij Ulm. De voornaamste boodschappen zijn:

25 april 1946

"Daar waar het grootste vertrouwen is en waar men de mensen leert, dat Ik van God alles kan verkrijgen, daar zal Ik vrede brengen en wanneer alle mensen in mijn macht geloven, zal er vrede zijn. Ik druk mijn teken op het voorhoofd van mijn kinderen".

25 mei 1946

"De wereld werd aan mijn Onbevlekt Hart toegewijd, maar velen is deze toewijding tot een verschrikkelijke verantwoording geworden.
Ik verlang, dat de wereld de toewijding beleeft. Hebt een onbegrensd vertrouwen op mijn Onbevlekt Hart! Gelooft in mijn grenzenloze macht bij mijn Zoon.
Zet op de plaats van uw zondige harten mijn Onbevlekt Hart, dan zat Ik het zijn die de goddelijke kracht aantrekt, dan zal de Liefde van de vader het beeld van Christus hernieuwd in u tot voltooiing brengen.
Bidt en offert voor de zondaren. Stelt uzelf totaal ter Mijner beschikking. Bidt de Rozenkrans. Ik wil in het verborgene werken als de grote genade-Middelares. De vrede des harten wil Ik u meedelen als u aan mijn smeken beantwoordt".

25 juni 1946

"Ik ben de Middelares van alle genaden. De Vader wil, dat de wereld deze aanstelling van Zijn DIENARES erkent. In het verborgene zat Ik wonderen aan de zielen verrichten. De Apostelen en de Priesters zullen zich allen bijzonder aan Mij toewijden, opdat de grote offers die de Ondoorgrondelijke nu van hen eist, toenemen in heiligheid en waarde, doordat ze in mijn handen gelegd worden. Brengt Mij veel offers; maakt uw gebed tot offer. Weest onbaatzuchtig; het gaat er nu alleen om, dat de Eeuwige eer en eerherstel wordt gebracht. Ik eis dat de mensen mijn wensen spoedig vervullen, omdat het de wens van de Vader is en omdat het tot Zijner eer en heerlijkheid nu en altijd noodzakelijk is. Een vreselijk "wee" kondigt de Vader allen aan, die zich niet aan Zijn Heilige Wil onderwerpen. Mijn kinderen moeten de Eeuwige meer loven, prijzen en danken daartoe heeft Hij hen geschapen, tot Zijn eer!"

......Nadat Maria ophield met spreken was er plotseling een onafzienbare schaar Engelen om Haar heen. Ze hadden lange, witte kleding aan, knielden op de aarde en bogen diep. Ze baden een eigenaardig gebed, een eerbetoon aan de Heilige Drieënheid. Toen het gebed afgelopen was, verzocht de Engel, die van af het begin aanwezig was, het na te bidden. Pater Humpf und zijn zuster waren hierbij aanwezig. Zij vernamen niets en zagen alleen hoe Bärbel haar lippen beweegde. Zij hoorden Bärbel het gebed ter ere aan de Heilige Drieënheid duidelijk en in een vloeiend ritme spreken. Het volgende gebed bad Bärbel hardop mee met de Engelen en Pater Humpf heeft het, zo goed hij kon, gestenografeerd:

Heil aan U, eeuwige Heerser, levende God, altijd Gewezene, vreeswekkende en rechtvaardige Rechter, altijd goede en barmhartige Vader! U zij altijd weer aanbidding, lofprijzing, eer en heerlijkheid, door Uw met de zon beklede Dochter,

Onze wonderbare Moeder!

Heil aan U, geofferde God-Mens, bloedend Lam, Koning van Vrede, Levensboom, U, ons Hoofd, Deur tot het Hart van de Vader, van eeuwigheid uit de Levende geboren, in eeuwigheid heersend met Hem die is! Aan U zij altijd weer macht en heerlijkheid en sterkte, aanbidding, eerherstel en lof door de Onbevlekte die U baarde, 

Onze wonderbare Moeder!

Heil aan U, Geest van eeuwigheid, waaruit altijd Heiligheid voortkomt, sinds alle eeuwigheid werkend in God! Gij vuurvloed van de Vader naar de Zoon, Gij bruisende storm, Die kracht en licht en gloed zijt in de ledematen van het Eeuwige Leven, Gij eeuwig Liefdesvuur, Gij, die gestalte zijt van de Geest Gods in de Levenden, Gij rode vuurstroom van de altijd Levenden naar de sterfelijken! Aan U zij altijd weer macht en heerlijkheid en schoonheid door Uw met sterren gekroonde Bruid,

Onze wonderbare Moeder! 

Dit is de grote Lofprijzing van de Allerheiligste Drievuldigheid. Onze Moeder heeft het zojuist gezegd, wij moeten de Eeuwige meer loven prijzen en danken. Evenals de Engelen, zijn ook wij daartoe geschapen: 

De verschijningen zijn niet goedgekeurd door de Heilige Stoel in Rome.