Maria in de Bijbel

In de Bijbel komen veel verschillende vrouwen voor met de naam Maria. Maar de bekendste is toch wel de moeder van Jezus.

Pas veertig jaar na het heengaan van Jezus wordt de naam van zijn moeder genoemd. De oudste geschriften vormen de brieven van Paulus. Slechts één keer komt hij in het voorbijgaan te spreken over Jezus’ moeder. In zijn brief aan de Galaten, naar men aanneemt geschreven rond het jaar 55:
"toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet…" Dat is wel heel zuinig geformuleerd. Paulus noemt zelfs niet haar naam.

De plaatsen waar we over Maria kunnen lezen, gaan wel over cruciale momenten in het leven van haar zoon Jezus. Zoals bij zijn geboorte en de aankondiging daarvan, zijn sterven aan het kruis en de neerdaling van de heilige Geest over de apostelen.

Voor katholieken is zij de belangrijkste heilige. In de Rooms-Katholieke Kerk en Oosters-Orthodoxe Kerk heeft Maria als Moeder van God een belangrijke rol in het geloofsleven

Bijna elke zichzelf respecterende middeleeuwse of oudere stad heeft wel een Maria- of Onze-Lieve-Vrouwekerk. Haar verering komt op gang sinds zij in 431 op het Oecumenisch Concilie van Efese wordt uitgeroepen tot Moeder van God: ‘theo-tokos’, God-barend.

Maria is de enige vrouw die in de Koran wordt genoemd. ... Aan de andere kant wordt in de Koran, die 6 eeuwen na de Bijbel is geschreven, wel vermeld dat Maria zwanger is geworden door de Wil van God, niet omdat ze omgang met een man heeft gehad. Ook hier vertelt de engel Gabriël over de zwangerschap van Maria.