Heilige Johannes van het Kruis

Belijder en Kerkleraar
24 juni 1542 – 14 december 1591

 

Feestdag: 14 december - Spaans: Juan de la Cruz; eigenlijke naam Juan de Yepes

Johannes van het kruis werd geboren als Juan de Yepes op 24 juni 1542 te Fontiveros nabij Avila in Spanje. Zijn vader Gonzalo de Yepes, die uit een familie van rijke zijdehandelaren komt, trouwt met de zijdeweefster Catalina Alvarez. Zijn vader werd vanwege dit huwelijk met een burgerlijke uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever; dit was ook zijn wens voor Johannes. Maar deze weg liep anders en Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser in Hospital de la Concepcion, een ziekenhuis voor besmettelijke ziekten.

Na een moeilijke jeugd trad hij in 1563 bij de Karmelieten te Medina del Campo in en nam de naam, Johannes van St. Mattias aan. Na zijn studies aan de universiteit van Salamanca, waar hij theologie en filosofie had gestudeerd, wordt hij in 1567 priester gewijd. In zijn verlangen naar een vurig geestelijk leven van gebed en beschouwing wil hij Kartuizer worden.

Hij ontmoet evenwel de Heilige Theresia van Avila, die de Karmelietessen had hervormd en nu ook de mannelijke tak der orde wilde hervormen. Voor haar plannen gewonnen, begint hij deze hervorming met twee medebroeders te Durvelo (de Ongeschoeide Karmelieten). Er ontbrandt over deze hervorming een heftige strijd, uitlopend in zijn gevangenhouding te Toledo van december 1577 tot augustus 1578 door de Karmelieten van de oude Observantie (de Geschoeiden). In de kerker schrijft hij zijn eerste mystieke gedichten, later voltooid met een commentaar. Ook andere werken schrijft hij: Bestijging van de Berg Karmel, Donkere Nacht, Levende Liefdevlam, Geestelijk Gezang, alsook verschillende gedichten. Hij schreef deze op de eerste plaats voor de Karmelieten en Karmelietessen, maar ook voor allen die aangegrepen worden door het ideaal van de hoogst mogelijke vereniging met God. Wetenschap, maar vooral persoonlijke ervaring schenken hem de mogelijkheid de mystieke vereniging met God te benaderen, en de opgang van de ziel er naar toe te ontleden en te beschrijven.

Toen de heilige Theresia in 1582 stierf moet Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de Ongeschoeide karmelieten in Segovia. Na verschillende malen overste te zijn geweest en kloosters te hebben gesticht, stierf hij in op 14 december 1591 in het klooster van Ubeda, geheel verlaten, uitgeput door extreme boetedoening en vele ziektes. In 1726 werd hij heilig verklaard en in 1926 tot kerkleraar verheven. In de Spaanse letterkunde is hij als dichter beroemd. Zijn lichaam wordt bewaard en vereerd in Segovia. Paus Johannes Paulus II was sterk beïnvloed door zijn lijdensmystiek. Als jong priester schreef Karol Wojtyla in Rome een proefschrift over zijn werk.