Herman Wijns



Herman Wijns, de kleine pastoor, werd geboren op zondag 15 maart 1931, als de zoon van een slagersechtpaar. Hij stierf reeds op 10-jarige leeftijd en zou een aantal wonderen verricht hebben. Er is een aanvraag lopende voor zijn zaligverklaring door de Kerk. Herman is ook een neef van de Vlaamse meesterkomiek Gaston Berghmans, de zoon van de zus van de moeder van Gaston. Ze noemden hem "ons Hermanneke".

Hij was een zacht en volgzaam jongetje, de steeds met een blijde en attentievolle aandacht voor zijn makkers bezield was. Zeer vroeg al werd hij door de genade begunstigd en vertoonden zijn kwaliteiten een hemels karakter.
De genade bloeide in hem open onder de vorm van een diep geloof, een grenzeloos vertrouwen en een vurige liefde tot God, samen met een serene en fijngevoelige liefde voor allen die hem benaderden, en een panische vrees voor al wat zondig is.

Op de leeftijd van twee en een half jaar bidt hij dagelijks, zonder ertoe geroepen te zijn, samen met zijn vader het rozenhoedje. Als hij negen jaar oud is, heeft hij reeds de gewoonte aangenomen dagelijks de Rozenkrans te bidden. De vijftien mysteries worden uit het hoofd geformuleerd en elke wees gegroet wordt voorafgegaan door een korte vrome overweging.

Vanaf zijn vierde jaar gaat hij zich elke morgen naar de mis van 6.30 uur. Zijn eerste communie, op 4 juli 1937, betekent het begin van zijn dagelijkse deelname aan het Sacrament-Offer van Christus-Priester, de Maaltijd voor de ziel : hij is een vurige Eucharistische Kruistochter. Men ziet hem op de foto, trots het kenteken te mogen dragen.

Wanneer hij negen jaar oud is, wordt hij op zijn aandringen een jaar vóór de « officiële » leeftijd tot misdienaar bevorderd, en vervult hij met heldhaftige trouw deze functie alle dagen zonder uitzondering tot aan zijn dood. Van dit ogenblik af heeft hij nog slechts één verlangen : "priester zijn". Maar God bestemde hem voor een andere «bediening».

Door een fatale val door een glazen koepel kreeg hij een slagaderlijke bloeding in zijn linker knie. Omdat die bloeding te laat gestopt werd, werd hem dit fataal. Zonder een klacht verdroeg hij twee dagen lang vreselijke pijnen. Zijn mooie ziel vertrouwde hij aan God toe met de volgende woorden : « .....et in saecula saeculorum... A--men ! » Aldus beeindigde hij de « dienst» van zijn laatste mis hier op aarde om de eeuwige Mis te beginnen in een stemming van vrede en geluk zonder einde. Herman Wijns overleed op 26 mei 1941, 10 jaar oud. Zijn wonderbaarlijke uitspraken als kleine jongen en de vreemde uitstraling van zijn graf op de oude begraafplaats in de Van Heybeeckstraat in Merksem bij Antwerpen (België), hebben er een pelgrimsoord van gemaakt. Reeds werden talrijke gunsten van allerlei soort verkregen op voorspraak van deze beminnelijke kindervriend.

Herman Wijns kreeg na zijn overlijden geen lijkstijfheid, zijn ogen “braken” niet, hij bleef de blos behouden op zijn wangen en zijn lippen bleven vuurrood ondanks het grote bloedverlies door zijn ongeval. Veel mensen geloven dat Herman geneest en rond zijn graf zijn meer dan 4.000 dankbetuigingen te lezen van mensen die van hun kwalen verlost zijn. Nog dagelijks wordt zijn graf door tientallen mensen bezocht en nog elke eerste vrijdag van de maand vindt er een massaal bezochte plechtigheid plaats.

Gebed tot Herman Wijns

Herman,
U zelf nodigt ons uit tot u te komen. U hebt immers zelf gezegd : "Als u iets te vragen hebt, aan 0nze Lieve Heer, vraag het aan mij, ik zit er toch het dichtste bij. U bedoelde dit, omdat u geknield aan het altaar de Heilige Mis diende.
Welnu dan, Herman, zie naar ons hier beneden, U die zo goed weet, wat wij hier nodig hebben. Gaat u voor ons eens naar 0nze Lieve Heer, die toch gezegd heeft :"Laat de kleintjes tot Mij komen, want hen behoort het rijk der Hemelen". Voor die voorspraak danken wij u Herman, en wij voelen U van uit de Hemel, dicht bij ons.
Amen.

 

Gebed om de Zaligverklaring te bekomen van de jonge Herman Wijns

Herman,
U zelf nodigt ons uit tot u te komen. U hebt immers zelf gezegd : "Als u iets te vragen hebt, aan 0nze Lieve Heer, vraag het aan mij, ik zit er toch het dichtste bij. U bedoelde dit, omdat u geknield aan het altaar de Heilige Mis diende.
Welnu dan, Herman, zie naar ons hier beneden, U die zo goed weet, wat wij hier nodig hebben. Gaat u voor ons eens naar 0nze Lieve Heer, die toch gezegd heeft :"Laat de kleintjes tot Mij komen, want hen behoort het rijk der Hemelen". Voor die voorspraak danken wij u Herman, en wij voelen U van uit de Hemel, dicht bij ons.
Amen.