Catharina van Bologna

1413 - 1463

Een vrouw met een grote cultuur doch zeer nederig; edelmoedig in offerbereidheid maar vol vreugde bij het aanvaarden van het kruis met Christus.

Zij werd geboren in Bologna op 8 september 1413, als eerste kind van Benvenuta Mammolino en Giovanni de’ Vigri, een rijk en ontwikkeld patriciër in Ferrara, doctor in de rechten en docent in Padua, waar hij in de diplomatieke dienst stond van Niccolo III d’Este, markies van Ferrara. De berichten over de kindertijd en de jeugd van Catharina zijn gering en niet helemaal zeker. Zij leefde als kind in Bologna bij haar grootouders; daar werd zij opgevoed, vooral door haar moeder, een vrouw van groot geloof. Zij verhuisde met haar naar Ferrara toen zij ongeveer tien jaar was en werd aan het hof van Niccolo III d’Este bruidsmeisje van Marguerite, de natuurlijke dochter van Niccolo. De markies vormde toen Ferrara om tot een schitterende stad en deed beroep op kunstenaars en geletterden uit verschillende landen. Hij bevorderde de cultuur en al was zijn privé leven niet voorbeeldig, toch hield hij zich veel bezig met het spirituele, met het morele leven en de beschaving van zijn onderdanen.In Ferrara leed Catharina niet onder de negatieve kanten dat het leven aan het hof dikwijls meebrengt; zij geniet Marguerites vriendschap en wordt haar vertrouwelinge; zij verrijkt haar cultuur: muziek, schilderkunst en dans, poëzie, literaire werken, viool; zij wordt een expert in miniatuurkunst en in de kunst van het kopiëren; en vervolmaakt zich in Latijn. In haar toekomstige monastieke leven zal zij het culturele en artistieke patrimonium dat zij in die jaren verworven heeft, zeer naar waarde schatten. Zij leert met gemak, geestdrift en doorzettingsvermogen; zij legt een grote voorzichtigheid aan de dag, bescheidenheid, een zeldzame bevalligheid en vriendelijkheid in de omgang. Doch een aspect onderscheidt haar zeer sterk: haar geest is voortdurend gericht op het hemelse. In 1427, op amper veertienjarige leeftijd, ook ten gevolge van meerdere familiale wederwaardigheden, besluit Catharina het hof te verlaten om aan te sluiten bij een groep jonge vrouwen uit adellijke families die in gemeenschap leven en zich aan God wijden. Haar moeder aanvaardt het met geloof, alhoewel zij voor haar dochter andere plannen had.

Wij kennen de geestelijke weg van Catharina niet die aan deze keuze voorafging. Zij spreekt in de derde persoon wanneer zij zegt ingetreden te zijn in de dienst aan God “door Gods genade verlicht (...) met een goed geweten en grote ijver”, dag en nacht gericht op het heilig gebed, zich toeleggend op alle deugden die zij bij de anderen opmerkte “niet uit afgunst, maar om meer te behagen aan God naar wie heel haar liefde uitging”. 

Haar geestelijke vooruitgang in deze fase van haar leven is belangrijk, doch de beproevingen, het innerlijk lijden en vooral de bekoringen van de duivel zijn ook groot en verschrikkelijk. Zij maakt een diepe geestelijke crisis door die haar aan de rand van de wanhoop brengt.

Zij beleeft de nacht van de geest, ook door de bekoring van ongeloof in de Eucharistie. Na zoveel lijden troost de Heer haar: in een visioen geeft Hij haar helder inzicht in Zijn reële aanwezigheid in de Eucharistie, een inzicht dat zo helder is dat Catharina er niet in slaagt het onder woorden te brengen. 

In dezelfde periode slaat een pijnlijke beproeving de gemeenschap: er ontstaan spanningen tussen degenen die de spiritualiteit van de heilige Augustinus willen volgen en degenen die meer gericht zijn naar die van de heilige Franciscus.

Tussen 1429 en 1430 besluit de verantwoordelijke van de groep, Lucia Mascheroni, een Augustijns klooster te stichten. Catharina daarentegen besluit samen met anderen, zich aan te sluiten bij de regel van de heilige Clara van Assisi. Het is een gave van de Voorzienigheid want de gemeenschap woont in de buurt van de kerk van de Heilige Geest, verbonden aan het klooster van de minderbroeders die aangesloten zijn bij de beweging van de Observantie. Catharina en haar gezellinnen kunnen zo regelmatig deelnemen aan de liturgische vieringen en aangepaste geestelijke begeleiding krijgen. Het is ook hun vreugde de prediking te horen van de heilige Bernardinus van Siëna.

Catharina bericht dat zij in 1429 – drie jaar na haar bekering – gaat biechten bij één van de minderbroeders voor wie zij achting had, dat zij een goede biecht sprak en intens tot de Heer bad om vergeving van al haar zonden en van de straf die eraan verbonden is. God laat haar in een visioen zien dat Hij haar alles vergeven heeft. Het is een heel sterke ervaring van de Goddelijke barmhartigheid, die haar altijd zal tekenen en haar nieuw elan zal geven om de onmetelijke liefde van God vrijgevig te beantwoorden. 

In 1431 heeft zij een visioen van het laatste oordeel. Het angstaanjagende schouwspel van de verdoemden drijft haar ertoe haar gebeden en boetedoeningen te intensifiëren voor het heil van de zondaars. De duivel blijft haar aanvallen en zij vertrouwt zich steeds vollediger toe aan de Heer en de Maagd Maria. 

In haar geschriften laat Catharina ons enkele essentiële opmerkingen na over deze mysterieuze strijd, die zij met Gods genade wint. Zij doet het om haar medezusters en hen die willen voortgaan op de weg van de volmaaktheid te onderrichten: zij wil waarschuwen tegen de bekoringen van de duivel die zich dikwijls verbergt achter bedrieglijke schijn om daarna twijfel te zaaien over het geloof, de zekerheid van de roeping en op het vlak van sensualiteit.

In de autobiografische en didactische verhandeling, “Le sette armi spirituali”, geeft Catharina in dat opzicht onderricht dat getuigt van grote wijsheid en diep onderscheidingsvermogen. Zij spreekt in de derde persoon wanneer zij het heeft over de uitzonderlijke genaden die de Heer haar verleent, en in de eerste persoon wanneer zij haar zonden belijdt. Uit haar geschriften blijkt de zuiverheid van haar geloof in God, diepe nederigheid, eenvoud van hart, missionaire ijver, haar geestdrift voor het heil van de zielen. Zij noemt zeven wapens in de strijd tegen het kwaad, tegen de duivel:

Altijd zorg en aandacht besteden als men het goede doet,
Geloven dat de mens op zijn eentje nooit echt iets goed kan doen,
Vertrouwen stellen in God en uit liefde tot Hem nooit de strijd vrezen tegen het kwade in de wereld of in onszelf,
De gebeurtenissen en woorden uit Jezus’ leven dikwijls overwegen, vooral Zijn lijden en dood,
Eraan denken dat we moeten sterven,
De herinnering voor de geest houden van de weldaden in het paradijs,
De Heilige Schrift kennen door ze altijd in het hart te dragen opdat zij al onze gedachten en daden zou richting geven.
Een mooi geestelijk levensprogramma voor ieder van ons, ook vandaag!

Al was zij het leven aan het hof van Ferrara gewoon, in het klooster werkt Catharina in de wasserij, het naaiatelier, de bakkerij en is zij verantwoordelijk voor de verzorging van de dieren. Zij doet alles, zelfs de nederigste taken, met liefde en onmiddellijke gehoorzaamheid en geeft haar medezusters zo een helder getuigenis. In ongehoorzaamheid ziet zij namelijk die geestelijke hoogmoed die elke andere deugd doodt. Uit gehoorzaamheid aanvaardt zij de taak van novicemeesteres, al acht zij zichzelf onbekwaam voor deze functie en God blijft haar door Zijn aanwezigheid en Zijn gaven ondersteunen: zij is inderdaad een wijze en gewaardeerde meesteres.

Daarna vertrouwt men haar de dienst in de spreekkamer toe. Het kost haar veel, haar gebed dikwijls te onderbreken om de mensen aan de tralie van het klooster van antwoord te zijn, doch ook dit keer laat de Heer niet na haar te bezoeken en dicht bij haar te zijn. Met haar is het klooster steeds meer een plaats van gebed, offer, stilte, werk en vreugde. Bij de dood van de abdis denken de oversten onmiddellijk aan haar doch Catharina spoort hen aan zich tot de clarissen van Mantua te richten, die beter gevormd zijn in de constituties en religieuze regel. Maar enkele jaren later, in 1456, vraagt men haar klooster een nieuwe stichting te doen in Bologna. Catharina had haar dagen liever in Ferrara beëindigd maar de Heer verscheen haar en roept haar op Gods wil te doen door als abdis naar Bologna te gaan. Zij bereidt zich op haar nieuwe functie voor met vasten en boete. Zij gaat met achttien medezusters naar Bologna. Als overste is zij de eerste in het gebed en de dienst; zij leeft in grote nederigheid en armoede. Na drie jaar abdis te zijn, is zij blij vervangen te worden, maar na een jaar moet zij haar functie weer opnemen omdat de nieuw verkozene blind geworden is. Al is zij ziek en lijdt zij grote kwalen, toch vervult zij haar dienst edelmoedig en toegewijd.

Gedurende nog een jaar, roept zij haar medezusters op tot Evangelisch leven, geduld en volharding in de beproeving, broederliefde, tot een leven van vereniging met Jezus de Goddelijke Bruidegom, om zo hun bruidsschat voor te bereiden op de eeuwige bruiloft. Een bruidsschat die Catharina ziet in het feit dat men deel heeft aan het lijden van Christus door sereen het hoofd te bieden aan moeilijkheden, angsten, misprijzen, onbegrip.

In het begin van 1463 worden haar ziektes zwaarder; zij roept haar medezusters nog een laatste keer bijeen in het kapittel, om haar dood aan te kondigen en hun de observantie van de regel aan te bevelen. Tegen eind februari wordt zij door grote pijnen getroffen die haar niet meer zullen verlaten , doch zij is het die haar medezusters troost en hun verzekert van haar hulp ook in de hemel. Na de laatste Sacramenten geeft zij haar biechtvader haar geschrift “Le sette armi spirituali” en begint de doodstrijd; haar gezicht wordt mooi en lichtend; zij kijkt nog een keer liefdevol naar degenen die haar omringen en sterft zachtjes terwijl zij drie keer de naam Jezus uitspreekt: het is 9 maart 1463. 

Catharina zal op 22 mei 1712 door Paus Clemens XI heilig verklaard worden. De stad Bologna bewaart haar intact lichaam in de kapel van Corpus Domini.

Dierbare vrienden, de heilige Catharina van Bologna vertegenwoordigt door haar woorden en leven, een krachtige uitnodiging om ons altijd door God te laten leiden, om dagelijks Zijn wil te doen, ook als die dikwijls niet met onze plannen overeenstemt, om vertrouwen te hebben in Zijn Voorzienigheid die ons nooit alleen laat. In dit perspectief spreekt de heilige Catharina tot ons doorheen de eeuwen, toch is zij zeer modern en spreekt ons leven aan. Zoals wij, lijdt ook zij onder de bekoring, onder de bekoring van ongeloof, van sensualiteit, een moeilijke geestelijke strijd. Zij voelt zich door God verlaten, zij bevindt zich in het donker van het geloof. Maar in al die situaties houdt zij altijd de hand vast van de Heer, zij laat Hem niet los, zij verlaat Hem niet. En hand in hand met de Heer, gaat zij de juiste weg en vindt de weg van het licht. Aldus zegt zij tot ons: moed, zelfs in de nacht van het geloof, ondanks de vele twijfels die de mens kan tegenkomen, laat de hand van de Heer niet los, ga hand in hand, geloof in Gods goedheid; ziedaar wat het betekent, op de juiste weg gaan! En ik zou een ander aspect willen onderlijnen, dat van haar grote nederigheid: zij is een persoon die niet iets of iemand wil zijn; zij wil slechts verdwijnen; zij wil niet heersen. Zij wil dienen, Gods wil doen, ten dienste staan van de anderen. Precies daarom was Catharina geloofwaardig in haar autoriteit, omdat men kon zien dat gezag voor haar juist was anderen te dienen. Vragen wij God, op voorspraak van onze heilige, de gave het plan te verwezenlijken dat Hij voor ons heeft, moedig en vrijgevig, opdat Hij alleen de stevige rots zou zijn waarop ons leven gebouwd is.

 

Bron: RK Documenten