Heilige Carolus Borromeus

Portret door Giovanni Ambrogio Figino

Feestdag: 4 november

Carlo wordt op 2 oktober 1538 geboren in een mooi kasteel in Arona aan het Lago Maggiore in Italië. Hij werd al op zijn twaalfde "abt zonder verplichtingen" van een klooster aan het Lago Maggiore. Vroeger kon de adel zichzelf sinecures toekennen, letterlijk 'zonder zorg', dat wil zeggen lucratieve 'ambten' waarvoor weinig werk gedaan hoefde te worden. Dat bezorgde hem een riant inkomen. Maar al gauw besefte de in 1538 geboren jongen dat zo’n systeem niet deugde en stelde hij het geld ter beschikking van de armen. Hij verkoos de rechtenstudie en behalve dat hij een briljante kop bleek, was hij ook een zondagskind, want vlak na de afsluiting van zijn studie in 1559 besteeg zijn oom paus Pius IV de pausentroon.

Op zijn vierentwintigste werd Carlo priester en ontving vijf maanden later de bisschopswijding. Hij vaardigde een moderne catechismus uit, overreedde de paus tot hervatting van het al tien jaar opgeschorte concilie van Trente, bezocht alle kloosters en parochies van zijn diocees om een nieuwe tucht in te voeren, preekte iedere zondag zelf, stichtte weeshuizen, hospitalen en liefdadigheidsinstellingen, haalde de bezem door het hele verslapte kerkelijk leven. Ook stichtte hij een van de eerste priesterseminaries.

Later werd hij kardinaal en aartsbisschop van Milaan. Hij is een van de kopstukken van de katholieke Contra-Reformatie. Zo verscheen van zijn hand in 1566 de eerste Romeinse catechismus. Zijn geschriften over de kerkhervormingen in zijn bisdom Milaan werden het voorbeeld voor al die andere plaatsen waar bij geestelijkheid, kloosters en gewoon kerkvolk de hervormingen moesten worden doorgevoerd, die op het Concilie van Trente in gang waren gezet.

Een monnik wiens orde geen zin had in strengere regels, pleegde een moordaanslag op Carlo. Ook veel gelovigen vonden hem een scherpslijper. Maar dat begon te veranderen toen hij zich tijdens een hongersnood in de schulden stak om voedsel te kunnen uitdelen, en hij won alle harten toen in 1576 de pest uitbrak. De gouverneur en alle bestuurders vluchtten de stad uit; Carlo daarentegen verplichtte elke priester, monnik en non te blijven teneinde de pestlijders bij te staan en gaf zelf dag na dag het voorbeeld. Een maand na zijn zesenveertigste verjaardag verliet zijn kracht hem. Zijn dood voorvoelend kroop hij ’s nachts uit bed om op zijn stenen kamervloer te sterven.

Dankzij hem kwam de lijkwade van Christus van het Franse Chambéry naar de Italiaanse stad Turijn.

Na zijn dood werd hij bijgezet in de crypte van de dom in Milaan. In 1610 volgde zijn heiligverklaring.
Hij is patroon van het bisdom Lugano; van de universiteit van Salzburg; van prelaten, zielzorgers en seminaristen; van de Borromaeusvereniging en van de nonnencongregatie van St-Borromaeus.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest.
Hij wordt afgebeeld als kardinaal (rode mantel en platte ronde kardinaalshoed); vaak is hij in gebed of reikt hij de communie uit aan pestlijders.