Bernadette Soubirous

 

Naamdag 16 april 

Bernadette Soubirous, alias Marie-Bernard van Lourdes (Lourdes, 7 januari 1844 – Nevers, 16 april 1879) is een Frans katholiek heilige. De visioenen van Bernadette vormden de aanleiding voor het ontstaan van Lourdes als bedevaartsoord.

Verhaal 

Bernadette Soubirous werd geboren in een arm gezin te Lourdes. Op viertienjarige leeftijd kreeg zij in een grot bij haar geboortedorp achttien keer een verschijning van een in het wit geklede vrouwengestalte. Zij maakte zich bij de zestiende keer bekend als de ‘ Onbevlekte Ontvangenis’.

Verschijning 

Op 11 februari 1858, ze was toen veertien jaar oud, ging Bernadette met haar zusje Toinette en een vriendin Jeanne Abedie hout sprokkelen. Vanwege haar slechte conditie kon Bernadette de meisjes niet bijhouden. Toen ze haar kousen uittrok om de Gave over te steken, hoorde ze aan de overkant boven de daar aanwezige grot van Massabielle een geruis als van de wind, maar zag de struiken en bomen niet bewegen. Ze zag vervolgens de verschijning van een in het wit geklede dame met een rozenkrans, die zich tijdens een latere verschijning - op 25 maart - voorstelde als Que soy era immaculada councepciou ("Ik ben de onbevlekte ontvangenis"). Paus Pius IX had reeds in het jaar 1854 het dogma afgekondigd van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, dat wil zeggen dat Maria vanaf haar conceptie geheel zonder zonde was. Bernadette, die een eenvoudig meisje was dat nauwelijks kon lezen, wist dit echter niet. Haar ouders, onderwijzers en priesters zouden later getuigen dat zij nog nooit over de onbevlekte ontvangenis had gehoord.

Eerst bij de derde verschijning spreekt de Heilige Maagd tot Bernadette. Het aparte is, dat Maria haar aanspreekt in zuiver Frans, maar als Maria merkt, dat Bernadette haar niet verstaat, schakelt de Heilige Maagd over in de streektaal van Bernadette, nl. Baskisch. 

Bernadette noemde de dame aquero, wat in de streektaal die daar betekent. Tot 16 juli 1858 kreeg Bernadette nog zeventien maal een visioen, waarbij ze op aanwijzing van de verschijning een bron opende. Bernadette vertelde dat de in het wit geklede vrouw haar vroeg bij de grot een kerk te bouwen en processies te houden naar die plaats waarbij men de rozenkrans moest bidden. 

In de maanden van de visioenen werden de verhalen van Bernadette vaak niet serieus genomen. Mensen die met haar meegingen zagen nooit iets, al waren er wel die 'een aanwezigheid' voelden. De prefect en de dorpspastoor ondervroegen haar kritisch. Dat was moeilijk voor haar omdat ze de boodschappen van de verschijning niet altijd begreep.

Erkenning 

Pas toen de verschijning zich had voorgesteld als de Onbevlekte ontvangenis, nam de pastoor Bernadette serieus en toen de eerste wonderen gebeurden stelde de bisschop van Tarbes een onderzoek in. Na vier jaar, in 1862, concludeerde hij dat de verschijningen een bovennatuurlijk karakter hadden. Vanaf dat moment werd Lourdes een officiële bedevaartplaats. Er kwamen zoveel pelgrims dat de pastoor Bernadette in het hospitaal van Lourdes plaatste. Daar groeide haar kloosterroeping en op 22-jarige leeftijd vertrok ze naar Nevers.  

Op 29 juli 1866 trad ze onder de naam Marie-Bernard in bij de Sœurs de la Charité van Saint-Gildars in Nevers. Binnen de kloostermuren mocht zij echter met geen woord spreken over hetgeen in Lourdes was gebeurd. Hier had zij vrede mee. Ze werkte als hulpkosteres en ziekenverzorgster, tot ze te ziek werd. Ze stierf op 16 april 1879, amper 35 jaar oud, en zou op haar sterfbed nog eenmaal een visioen hebben gehad. Naast astma had Bernadette een tumor in haar knie, maar ze had nooit geklaagd. Het enige wat ze zei was: "Ik ben als een graankorrel gemalen".

Opgravingen en heiligverklaring 

Het in een glazen kist bewaarde stoffelijk overschot van Bernadette in de kapel van Saint-Gildard in Nevers

Op 22 september 1909 werden haar stoffelijke resten voor het eerst opgegraven. Haar lichaam was naar verluidt nog volledig intact. Dit was later een van de argumenten om haar zalig te verklaren. Haar lichaam werd gewassen, gekleed, en opnieuw begraven in een dubbele kist.

Op 3 april 1919 werd ze opnieuw opgegraven. Een dokter die het lichaam onderzocht schreef het volgende: "Het lichaam is bijna gemummificeerd, bedekt met schimmelplekken en een behoorlijke laag zouten, dit lijken calciumzouten te zijn. (...) De huid is op sommige plaatsen verdwenen, maar nog steeds aanwezig op het grootste deel van het lichaam." 

In 1925 werd het lichaam van Soubirous voor de derde keer opgegraven. Er werd een aantal relikwieën van het tot dan toe ongeschonden lijk genomen en naar Rome gestuurd. Het lichaam verkeerde in goede staat, maar de huid was door schimmels grijs gekleurd. Omdat dit afschrikwekkend zou zijn voor toekomstige pelgrims werd de hulp ingeroepen van Pierre Imans, een destijds bekende firma op het gebied van maskers voor de mode-industrie. Hij zou zowel haar handen als gezicht met een masker van was bedekken. Al de voor het publiek zichtbare lichaamsdelen zijn dus bedekt met was.  

Hierna werd ze "als ongeschonden wonder" opgebaard en tentoongesteld in het klooster in Nevers waar Bernadette van 1866 tot haar dood gewoond heeft. Deze plaats wordt nog steeds veel bezocht door pelgrims.  

 

Op 14 juni 1925 werd Soubirous zalig verklaard. Op 8 december 1933 verklaarde paus Pius XI haar heilig. Haar feestdag valt op 16 april en in Frankrijk en België op 18 februari.

Het lied van Bernadette 

De Oostenrijkse auteur Franz Werfel kwam op de vlucht voor de Jodenvervolging in Lourdes terecht en deed er de gelofte een boek over Soubirous te schrijven als zijn leven gespaard zou blijven. Het resultaat was de roman Das lied von Bernadette (1941). Naar het boek werd in de Verenigde Staten een film gemaakt, The Song of Bernadette, die in 1944 vier Oscars en drie Golden Globes won. Het vierhonderd pagina's dikke boek verscheen in 1947 in het Nederlands onder de titel Het lied van Bernadette.

Naschrift voorzitter Leo de Bondt:

Bernadette heeft geen gemakkelijk leven gehad.
De familie Soubirous komt in de armoede terecht. In de winter 1857 wordt François werkloos en het gezin gedwongen te verhuizen naar de Dungeon (voormalige gevangenis tot in 1824), een enkele donkere en koude kamer van 16 vierkante meter waar de hele familie zich zal vestigen tot in de herfst van 1858.

Bij een cholera-epidemie werd ook Bernadette ziek. Ze ontsnapte maar net aan de dood en hield er astma aan over. Als ze bij de grot van Massabielle een witte dame ziet, verklaard haar zus Toinette haar voor gek. Als ze thuiskomen en het verhaal vertellen, krijgen ze stokslagen van hun moeder. Ze biecht de verschijning op aan de kapelaan, die het weer doorgeeft aan de pastoor. Maar die neemt een afwachtende houding aan. Iemand gooit vanaf de rots een grote steen naar beneden en zegt: “ik ga die witte dame van jou afmaken”.

De moeder-overste staat op school voor de klas en zegt tegen Bernadette: “Ben je klaar met je carnavalsgrappen?” Op weg naar huis krijgt ze van iemand een draai om haar oren: “Daar. Alsjeblieft, gekke meid!”. De omstanders willen dat Bernadette aan de verschijning vraagt, wat ze wil. De verschijning spreekt tijdens de 3e verschijning voor de eerste keer: “Ik beloof u niet gelukkig te maken in deze wereld, maar in de andere”. Ondertussen wordt Bernadette langdurig ondervraagd door de commissaris, de veldwachter, de procureurs van de Koning. Men dreigt haar in de gevangenis te gooien. Maar Bernadette wijkt niet.

Er komen in totaal 18 verschijningen. Hierbij laat de verschijning Bernadette gras eten en met haar handen in de grond graven. De omstanders denken dat ze gek is geworden. Echter er ontstaat een bron, die zelfs heden ten dage nog helend water geeft. De 16e verschijning is op 25 maart, Maria-Boodschap. Bernadette had de pastoor gezegd, dat de dame een kapel wilde. De pastoor had honend gezegd: “laat ze dan maar een flinke zak geld neerleggen voor die kapel.”

Op herhaalde vragen van Bernadette aan de verschijning, wie zij nu eigenlijk is, krijgt ze het antwoord: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”. Bernadette begrijpt er geen woord van, maar blijft die zin herhalen totdat ze bij de pastoor is. Die begint te stotteren en weet niet wat te zeggen. Hij gaat haar nu serieus nemen. Daarna beginnen de eerste wonderen. Dit was dus de Heilige Maagd Maria, geen speld tussen te krijgen. Tot nu tot zijn er 69 onverklaarbare genezingen officieel erkend.

Kloosterroeping

Na de verschijningen voelde Bernadette zich geroepen tot het religieuze leven. Ze had wel willen intreden bij de karmelietessen, maar de ascese (Ascese kan gepaard gaan met meditatie om de geest stil te maken maar ook met lichamelijke zelfkastijding )die daar werd beoefend vormde wegens haar slechte gezondheid een beletsel. Bovendien was een bruidsschat een vereiste. Die kon haar vader onmogelijk opbrengen. Uiteindelijk viel haar keuze op de Soeurs de Charité et de l’Instruction Chrétienne (‘Zusters van Liefde en van de Christelijke Vorming’) oftewel de Zusters van Nevers, die een huis hadden in Lourdes.

Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster. Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers. Daar leefde zij nog dertien jaar. Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf. Ook de oversten. Zij meenden er goed aan te doen bijzonder streng tegenover haar te zijn. Waarschijnlijk omdat zij vreesden, dat zij anders verwaand zou worden. Ook te midden van de andere zusters was zij vaak het middelpunt van pesterijtjes. Die waren jaloers op Bernadette. Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging. Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen. Na een slepende ziekte overleed zij, vijf-en-dertig jaar oud.

Zelfs op haar sterfbed hebben ze geprobeerd om Bernadette alles te laten herroepen, maar Bernadette bleef erbij, dat alles was gegaan, zoals ze al vele malen had verteld. Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: "Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares..."
Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers.

In 1933 werd zij officieel heiligverklaard.

Mijn vrouw en ik zijn jaren geleden naar zowel Nevers als Lourdes geweest. Bernadette is een echte heilige. Als je haar zo in die glazen kist ziet liggen, lijkt het net alsof ze slaapt. Naar mijn mening hoort Bernadette thuis in Lourdes en ik hoop, dat ze haar ooit daarheen overplaatsen.

 

Bron Wikipedia