Heilige Alexandrina Maria da Costa

p>

Eenzaam in het tabernakel
1904 - 1955

 

"Houd mij gezelschap in het Allerheiligste Sacrament. Ik verblijf in het tabernakel nacht en dag, en wacht om Mijn genaden te schenken aan een ieder die Mij bezoekt. Maar zo weinigen komen. Ik voel Mij zo verlaten, eenzaam en beledigd...", zo vertelt Jezus aan Alexandrina Maria da Costa.

"Ik geloof niets van deze onzin, ik snap niet dat dokter Araujo zich zo laat belazeren. Ik neem het onderzoek over", besluit dr. Alvaro. Drie weken lang heeft Alexandrina afgezonderd gelegen in het ziekenhuis van het Portugese Oporto, zij beweert te leven op de eucharistie alleen. Als meisje van veertien was zij uit het raam gesprongen om aan een verkrachting te ontsnappen, waardoor haar ruggenmerg was beschadigd. Tot haar negentiende kan ze zich nog naar de kerk te slepen, vanaf dan is ze verlamd en kan ze niets meer. Aanvankelijk had ze veel gebeden om genezing; ze had de Heer van alles beloofd als ze beter werd, maar Hij verkoos anders.

Jezus verschijnt en laat Alexandrina met Hem meelijden, in het bijzonder op vrijdag. Als zij 38 jaar oud is, wil Hij de wereld de kracht van de Eucharistie bewijzen. Vanaf dan nuttigt ze alleen nog de Eucharistie en niets anders. De bisschop die weinig met het geval op heeft, vraagt haar zich te laten onderzoeken, en zij stemt met pijn in het hart toe op voorwaarde dat ze iedere dag de Communie mag ontvangen en haar zus mee mag. In het ziekenhuis blijkt, dat die helemaal geen toegang krijgt.

Dokter Araujo zet Alexandrina droog. Alleen zusters krijgen toegang, die smakelijke maaltijden voor de ogen van Alexandrina moeten verorberen. "Natuurlijk mag zij ook wel wat", praten zij op haar in, en "zij moet niet al te veel geloof aan de extases hechten, want zo werkt de Heer niet". Na drie weken verzacht dokter Araujo het regiem en wordt ook zus Deolinda weer toegelaten.

Een van de zusters brieft het gebeuren over naar dokter Alvaro, die het heft in handen neemt. Hij verlengt het verblijf tot veertig dagen. Na weken van volkomen isolatie geeft hij toe geen wetenschappelijke verklaring te kunnen geven. Dokter Araujo belooft Alexandrina thuis in Balasar op te zoeken, "niet als dokter-spion, maar als vriend die jou hoog acht."

Alexandrina sterft op 13 oktober 1955, 51 jaar oud. Op haar grafsteen is gebeiteld: "Zondaars, als het stof van mijn lichaam jou kan redden, loop er over, schop het rond tot het verdwijnt. Maar zondig nooit meer, beledig Jezus niet meer... Neem niet het risico Jezus voor eeuwig te verliezen, want Hij is zo goed.

Paus Johannes Paulus II verklaart Alexandrina Maria da Costa op 25 april 2004 zalig.

Auteur: Michaël As

Bronvermelding:

Dit artikel heb ik met toestemming van de redactie mogen overnemen uit het "Katholiek Nieuwsblad" van 7 oktober 2005, waarvoor mijn dank.

© 2005 Katholiek Nieuwsblad
Niets van deze uitgave mag opnieuw worden uitgegeven in welke vorm dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.