Hoogfeest H. Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria

 

Jozef was de man van Maria en de pleegvader ('voedstervader') van Jezus. Als de derde zondag van de veertigdagentijd op de 19e valt wordt deze feestdag verschoeven naar maandag de 20e. Het Nieuw Testament noemt hem vooral bij de geboorte en kinderjaren van Christus.
Volgens het evangelie van Sint Matteüs was Jozef een "rechtschapen man".
Hij stamde uit het geslacht van koning David, zoon van Jesse. Van beroep was hij timmerman of volgens sommige bijbelgeleerden aannemer in Nazareth.
In Jezus' openbare leven wordt hij niet meer genoemd. Waarschijnlijk was hij toen al overleden.
Volgens een overlevering stonden Jezus en Maria beiden aan zijn sterfbed.
Vandaar ook dat Jozef later de heilige van de zalige dood werd, dat wil zeggen een dood waaraan de bediening van de laatste sacramenten voorafgaat.

Het feest van Jozef werd al in de negende eeuw op 19 maart in Midden-Europa gevierd.
De heilige karmelietes Theresia van Avila en de heilige bisschop Franciscus van Sales bevorderden de Jozefdevotie sterk.
In 1729 werd op bevel van paus Clemens XI het Jozeffeest verplicht voor de gehele Katholieke Kerk.
In 1870 verhief paus Pius IX Jozef tot patroon van de Kerk. Leo XIII, wees de maand maart aan als dé Jozefmaand
en gaf zijn goedkeuring aan een speciale litanie van de heilige. In 1955 stelde paus Pius XII de 1ste mei in als het feest van Sint-Jozef Arbeider.
Paus Johannes XIII nam hem op in de heiligenlijst van het Romeinse Eucharistische Gebed.