Catherine
Labouré
en de Wonderdadige Medaille

Rue du Bac, Parijs 1830
Feestdag: 28 november
De
Heilige Vincentius á
Paulo werd geboren op 24 april 1581 in Pouy bij Dax. Hij
studeerde in Toulon, werd tot priester gewijd en behaalde in 1604 zijn
baccalaureaat in de theologie. In 1612 werd hij pastoor in Clichy – Parijs. Hij
legde de gelofte af zijn leven aan de armen te wijden. Samen met seculiere
geestelijken stichtte hij een missiecongregatie, die zich de “lazaristen”
noemde, en een vereniging van vrouwen uit de burgerij om de armen en zieken te
troosten. Hieruit zijn "de
Dochters van Liefde" voortgekomen. Aan de stichting van deze
congregatie had
Louise de Marillac een belangrijk aandeel. De
Dochters van Liefde leefden zonder clausuur en zonder ordekleed en gingen rond
in steden en dorpen, verzorgden er zieken, bejaarden en wezen. Ze bekommerden
zich om gevangenen en zorgden in de ziekenhuizen voor een georganiseerde
verpleging van de zieken. Op 18 juli, op de vooravond van het feest van de Heilige Vincentius à Paulo, (die in 1609 naar Parijs was gekomen om daar de congregatie van de "Zusters van Liefde" te stichten) sprak de directrice een opwekkend woord over de devotie tot de Heilige Maagd. Ze gaf alle kloosterzusters een klein stukje linnen van het rochet, dat de Heilige Vincentius gedragen had. Catherine scheurde het stukje, dat ze gekregen had, in tweeën, en stak één van de stukjes in de mond en slikte het door. Ze deed het in de hoop, dat Vincentius genade voor haar zou verkrijgen en dat zij de Heilige Maagd zou mogen zien. Met de gedachte daaraan viel ze in slaap.
1e verschijning: 19 juli 1830
In
de nacht van 18 op 19 juli 1830 hoorde Catherine plotseling een stem
roepen: "Zuster Labouré!". Ze schrok wakker en richtte zich op. Bij haar bed
stond een kind van een jaar of vijf, dat een helder licht uitstraalde. Het was
in het wit gekleed. Zuster Labouré, zo zei het, zou naar de kapel moeten gaan.
Daar wachtte de Heilige Maagd op haar. Catherine aarzelde nog even. Ze zou de
anderen wakker kunnen maken. Maar het kind zei: "Kom, het is half twaalf.
Iedereen slaapt. Ga met me mee". Catherine Labouré volgde het kind en liep in
het licht, dat het verspreidde. Ze gingen door de slaapzaal, maar niemand werd
wakker. Daarna daalden ze de trap af naar de kapel. Het kind raakte met een
vingertje het slot van de deur aan en meteen sprong het open. Catherine zag de
kapel vol stralend licht. Alle kaarsen en lampen brandden. Het kind leidde de
zuster naar de zetel van de directeur van de "Dochters van Liefde". Catherine
knielde en wachtte. Toen zei het kind: "Ziehier de Heilige Maagd". Catherine
hoorde het ruisen van zijde en zag een dame in een blauwe mantel, met een witte
sluier naderen. Ze knielde voor het tabernakel, stelde zich op voor het altaar
en ging op de zetel zitten. Het kind - Catherine wist nu, dat het haar
beschermengel was - zei, dat ze zich aan de voeten van de dame moest werpen.
In één ogenblik is zij neergeknield bij de Allerheiligste, haar handen gevouwen
op Haar knieën. Dan begint een lang onderhoud van 2 uur. De H. Maagd vertelt
haar, dat God haar wil belasten met een zending. Zij zal daarbij veel
moeilijkheden ondervinden. De H. Maagd spreekt hier al over slechte tijden. De
gehele wereld zal in verwarring raken door ongelukken van allerlei aard. Het
Kruis zal worden veracht; het zal ter aarde worden geworpen. De zijde van onze
Heer zal opnieuw worden geopend. Terwijl Zij dit zei, keek Ze zeer bedroefd.
Bemoedigend voegde Zij er echter aan toe:
2e verschijning: 27 november 1830
Op
zaterdag 27 november 1830 zag Catherine de tweede verschijning van de Heilige
Maagd. 's Avonds om half zes waren de zusters naar de kapel gegaan voor de
meditatie. Moeder Martha las het eerste punt voor. Voor Catherine viel er
plotseling een volkomen stilte. Toen hoorde ze weer het haar al bekende ruisende
geluid als van zijde. Het kwam vanaf de tribune waarbij een schilderij van St.
Jozef hing. Maria "stond in de ruimte", zoals Catherine het later uitdrukte. Ze
was gekleed in een lichtrood gewaad, dat licht uitstraalde. Het was eenvoudig
van vorm: armen en hals waren omsloten. Het gewaad had wijde mouwen. Verder
droeg Maria een lange sluier, die tot haar voeten reikte. Catherine zag er een
gloed van goudkleurig haar doorheen schemeren. De sluier was met kant boven het
voorhoofd bevestigd. Het gezicht was dat als van een vrouw van veertig jaar. Het
glimlachte, maar vertoonde een droevige trek. De ogen keken omhoog. De Heilige
Maagd stond op een halve bol. In haar beide handen hield ze een kleinere bol,
waarop een kruis stond. Ze bleef in de ruimte, onbeweeglijk. Alleen sloeg ze
haar ogen enkele malen neer. In haar binnenste hoorde Catherine een stem: "Het
is alsof ze de kleine bol de Hemelse Vader aanbiedt. De bol stelt de hele wereld
voor, in het bijzonder Frankrijk en ieder persoon afzonderlijk". Maria droeg aan
haar vingers ringen met glanzende stenen. Terwijl de bol verdween, schoten er
uit de stenen fonkelende, waaiervormige stralen. Ze vielen in druppels neer op
de halve bol, waarop de verschijning stond. Weer hoorde Catherine een stem: "Zie
daar het symbool van de genade, die ik verleen aan hen, die erom vragen." Later
schreef ze: "Het deed mij begrijpen hoe aangenaam het de Heilige Maagd is, als
wij tot haar bidden en hoe edelmoedig zij is voor mensen, hoeveel genade zij
uitdeelt aan hen, die er haar om smeken en deze met grote vreugde verstrekt. Op
dat ogenblik voelde ik mij loskomen van de wereld. Bestond ik of bestond ik
niet? Ik verzonk in verrukking... Ik weet niet hoe ik het zeggen moet..."
Catherine ging volkomen op in wat ze aanschouwde. In een ovaal, die Maria
omstraalde, las ze in goud geschreven woorden:
Het ovaal keerde zich om en liet een letter M zien.
Daarboven bevond zich een kruis en eronder twee harten. Alle genade loopt via
het kruis; daarvandaan het verlossingsteken dat het monogram bekroont en het nog
onderstreept door de symboliek van de twee uit liefde gemartelde harten. Maria
zei: "Laat een medaille
slaan volgens dit model. Zij, die haar zullen dragen, zullen grote genade
ontvangen. De genaden zullen overvloedig zijn voor degenen, die haar met
vertrouwen dragen."
De bol, waarop de Heilige Maagd stond, moest het rijk
voorstellen van de duivel, dat door haar zou worden overwonnen. Nog geen maand
na deze tweede verschijning, zag Catherine Maria weer (december). Ze stond
opnieuw op een bol. Onder haar voeten kronkelde een slang. Het beeld deed denken
aan de woorden in Genesis 3,15: "Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw kroost en het hare.
Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!" De draagwijdte van deze
aanroeping en deze medaille zou heel groot zijn. Zo zou de wereld worden
voorbereid op de definitie van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis in 1854.
Catherine was uitverkoren om de wereld dit grote nieuws te brengen.

Inmiddels had Catherine aan haar biechtvader, de pater Lazarist Aladel, doorgegeven wat Maria haar over de medaille had gezegd. De pater was voorzichtig en ging er niet direct op in. Enige tijd verliep, waarin aan wat de zuster had gezegd, niet veel aandacht werd geschonken. Toch liet de zaak Aladel niet los. Hij schreef een brief aan zijn medebroeder Le Guillon, waarin hij toegaf, alles eerst als verbeelding te hebben beschouwd. Hij had zuster Labouré er zelfs op gewezen, dat ze er beter aan deed, deugdelijk te leven en Maria na te volgen in plaats van zich bezig te houden met de verschijningen. Maar de zuster had hem gezegd, dat bij de derde verschijning de Heilige Maagd Maria er zich zeer ontevreden over had getoond, dat niet aan haar opdracht werd voldaan. Uiteindelijk besloot pater Aladel een beroep te doen op een hogere instantie dan hijzelf. Hij stelde zich in verbinding met de aartsbisschop van Parijs, Mgr. de Quélen. Hij sprak hem over de medaille zonder de zuster te noemen en hij stelde voor hem een rapport op. Men kon bepaald niet zeggen, dat zij niet meer aan de verschijningen dacht. Ze schreef later: "Ik geloofde zeker, dat ik de Heilige Maagd nog eens zou zien. Mijn leven was er geheel van vervuld." In 1832 kreeg de pater van de aartsbisschop toestemming om de medaille te laten slaan.
Gedurende de eerste 5 jaar werden en 10 miljoen exemplaren van verkocht. Het gebedje: "O Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot U nemen", is sindsdien door ontelbare gelovigen gebeden, zodat door héél de Christenheid Maria's "Onbevlekte Ontvangenis" gekend werd. Het is Pius IX die het in 1854 tot geloofspunt verhief. Dit werd met grote vreugde ontvangen, omdat het door heel de Kerk werd verlangd. Vier jaar later kwam Maria deze geloofswaarheid als het ware bevestigen, toen Zij te Lourdes tegen Bernadette zei:
Over de werking van deze medaille is veel verteld. Eén van de bekendste beschrijvingen is die van Alphonse Tobie Ratisbonne.
Zie de verschijning in 1942 te Rome aan Alphonse Tobie Ratisbonne.
Dit bekeringsverhaal is maar één van de vele. Veel genezingen, ook van mensen, voor wie totaal geen hoop meer was, zijn toegeschreven aan de "Wonderdadige Medaille". Alleen in de Amerikaanse stad Philadelphia heeft men tussen 1930 en 1950 meer dan 750.000 verkregen gunsten geregistreerd. Het bewaard gebleven lichaam van Catherine Labouré (na opgraving 56 jaar later) ziet men in een glazen schrijn rechts van het middenaltaar en daarnaast het bewaarde hart van St. Vincentius boven zijn altaar. Wat verderop staat de zetel van donkerblauw fluweel, waarin O.L. Vrouw gezeten was tijdens de verschijning en haar gesprek met de zienster. Catherine Labouré ziet er nog net uit alsof zij gisteren is gestorven.
Catherine Labouré
Klik hier voor de
Noveen tere ere van OLV van de Wonderdadige Medaille
Uw intenties:
Klik hier voor een uitvoerige beschrijving van de Wonderdadige Medaille
- Stichting Marypages - De stichting heeft ten doel:
het instand houden, onderhouden en uitbreiden van de Internet homepage
“Marypages” om het Rooms-Katholieke geloof te promoten, waarbij de
nadruk ligt op de Maria-devotie. Resterende verkrijgingen en baten
zullen ten goede komen van goede doelen op Rooms-Katholieke grondslag. Ingeschreven Kamer van Koophandel Flevoland, onder nummer:
39100629
Donateur 4x de nieuwsbrief van de
Stichting Marypages 1 wonderdadige
medaille met uitvoerige beschrijving Bij een donatie van minimaal € 50,-- krijgt u
bovendien 1 prachtige lichtblauwe rozenkrans uit Lourdes
toegestuurd.
Uw financiële hulp is essentieel voor het
voortbestaan van Marypages.
U kunt hier uw gebed ingeven en het zal worden
gelezen aan de voet van het altaar
U bent al donateur van de stichting voor minimaal
€ 20,- per jaar
U heeft dan recht op:
Als u een donatie wilt doen, klik dan alstublieft op de knop "online
doneren" hieronder.
Twaalf jaar later, in 1842, verschijnt de H. Maagd
opnieuw;
deze
keer in Rome (Italië)
