De
Verschijningen van de Heilige
Maagd Maria in Fatima
1917

|
De Zieners
Francisco Marto
Jacinta Marto
Lucia Dos Santos
|
20 februari: Feestdag van de heilige Francisco en Jacinta

Fatima ligt in midden-Portugal, zo'n 50 km van de Atlantische
Oceaan, in het district van Vila Nova de Ourém. In Aljustrel, een kleine uithoek
van Fatima werden de drie herdertjes geboren. In
1916 bezocht de Engel de drie herdertjes van Aljustrel. Als boodschapper van
de heilige Maagd en voorbode van grote gebeurtenissen, bereidde hij de
zienertjes
voor opdat ze later de boodschap van Maria, die helemaal in het Evangelie
verankerd ligt, beter zouden begrijpen, lezen en verbreiden.
Eerste verschijning in Fatima van de Engel
Tegen het einde van het voorjaar 1916, dus één jaar voor de eerste verschijning van Maria, als Lucia samen met Jacinta en Francisco is, zien zij boven de bomen een witte gestalte zweven als van sneeuw, maar doorzichtig. De gestalte komt dichterbij. Het leek een jongeling van 14 á 15 jaar van bovenmenselijke schoonheid. Bij de kinderen gekomen zei hij vriendelijk: "Wees niet bang! Ik ben de Engel van de Vrede! Bid met mij mee". Daarna knielde hij neer en boog met zijn voorhoofd tot op de grond. Hij liet hen driemaal het volgende gebed herhalen: "Mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U, ik hoop op U, ik bemin U. Ik vraag om vergeving voor hen, die niet in U geloven, U niet aanbidden, niet op U hopen, U niet beminnen". Daarna zei hij terwijl hij weer rechtop ging staan: "Zo moeten jullie bidden! De Harten van Jezus en Maria luisteren naar jullie gebed".
Tweede verschijning in Fatima van de Engel
Twee maanden later, eind juli of begin augustus 1916 verscheen de engel voor de tweede maal aan de drie kinderen. Hij zei: "Wat doen jullie? Bid, bid veel! De Heilige Harten van Jezus en Maria hebben het voornemen, om door jullie barmhartigheid te verlenen. Biedt de Allerhoogste voortdurend gebeden en offers aan" - "Hoe moeten wij offers brengen?" vraagt Lucia. "Je kunt van alles een offer maken als daad van eerherstel voor de zonden en om de bekering van de zondaars af te smeken. Zo moet je voor je Vaderland de vrede verkrijgen. Ik ben er de Engelbewaarder van, de Engel van Portugal. Vooral: neem aan en verdraag het lijden, dat de Heer jullie zal geven".
Derde verschijning in Fatima van de Engel
Eind
september of begin oktober 1916 verscheen de Engel voor de derde en laatste maal
aan Lucia, Jacinta en Francisco. De kinderen waren aan het
bidden, zoals de Engel, nl. op de knieën met het voorhoofd op de grond. Zij baden
het gebed van de Engel: "Mijn God, ik geloof in U, enz." Dan merkten zij,
hoe er een onbekend licht over hen scheen en zij richtten zich op om te zien wat
er gebeurde, toen zagen zij de Engel. In de linkerhand hield hij een kelk,
daarboven zweefde een Hostie, waaruit enkele druppels bloed in de kelk vielen.
De Engel liet de kelk in de lucht zweven, knielde bij de kinderen neer en liet
hen driemaal herhalen: "Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige
Geest, ik offer U op het kostbaar Lichaam en Bloed, Ziel en Godheid van onze
Heer Jezus Christus, tegenwoordig in alle heilige Tabernakels van de wereld, tot
eerherstel van alle beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheden
waardoor Hijzelf beledigd wordt. Door de oneindige verdiensten van het Heilig
Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria, bid ik om de bekering van de
arme zondaren". Daarna pakte hij de kelk weer, reikte de H. Hostie aan Lucia
en verdeelde het Kostbaar Bloed onder Jacinta en Francisco, terwijl hij zei:
"Ontvangt het Lichaam en drinkt het Bloed van Jezus Christus, die door de
ondankbare mensen zozeer beledigd wordt. Brengt eerherstel voor de zonden en
troost uw God". Hij knielde opnieuw en herhaalde met de kinderen nog
driemaal: "Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik
offer...". Daarna verdween hij.
De kinderen bleven dit gebed in dezelfde houding herhalen. Toen zij zich na lange tijd oprichtten, zagen zij dat het avond geworden was en gingen naar huis. Na de verschijning van de Engel, bleven de kinderen lange tijd in de bovennatuurlijke sfeer gevangen en konden moeilijk weer tot zichzelf komen. Zelfs de volgende dag was hun geest nog in die bovennatuurlijke sfeer gehuld, die slechts langzaam verdween. Zij spraken dan ook niet met elkaar, de kracht en de tegenwoordigheid van God was zo intensief, dit gaf hun een grote innerlijke vrede en rust.
Eerste verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
Op 13 mei 1917 is dan de eerste verschijning van O.L. Vrouw. Zij waren aan het spelen en bouwden een
muurtje, toen zij plotseling een bliksem zagen.
Zij dachten dat er een onweer op komst was en dreven de kudde schapen bijeen, om naar huis te gaan.
Wéér zagen zij de bliksem en kort daarop zagen zij boven een steeneik, een Dame geheel in
het wit en stralender dan de Zon.
Zij stonden zo dichtbij, dat zij binnen dit Licht stonden. De mooie Dame zei:
"Wees niet bang, Ik doe jullie geen kwaad".
Lucia vroeg: "waar komt U vandaan?" "Ik kom van de Hemel" —
"En wat
wilt U van mij?" Het is steeds Lucia die in naam van de drie spreekt. De H.
Maagd antwoordde: "Ik kom jullie vragen, dat jullie achtereenvolgend, zes
maanden telkens op de dertiende, op hetzelfde uur hier terugkomen. Dan zal Ik
zeggen wie Ik ben en wat Ik wil. Daarna zal Ik nog een zevende keer hier
terugkomen". "Kom ik ook in de Hemel?" —"Jawel!" —
"En Jacinta?" — "Ook". — "En Francisco?"
"Ook, maar hij moet dan eerst nog veel rozenhoedjes bidden". Dan vroeg Lucia naar twee
meisjes, die kort geleden gestorven waren,
de een 16 de ander 20 jaar oud en zij vroeg, of die al in de Hemel waren. De
eerste wel, de tweede niet. Zo was de eerste kennismaking, toen ging Maria over
op Haar onderwerp.
"Willen jullie je aan God aanbieden om al het lijden te verdragen, dat Hij jullie zal overzenden om daardoor eerherstel te brengen, voor
de zonden waardoor Hij beledigd wordt en als een verzoek tot bekering van de
zondaars?" — "Ja, dat willen wij!" — "Jullie zullen dus veel te
lijden krijgen, maar de genade van God zal jullie sterkte zijn!" Toen Zij de
woorden: de genade van God zei, opende Zij Haar handen. Uit Haar handen kwam
zo’n sterk Licht, dat diep in ons drong, tot in de diepste diepte van onze
ziel, zo liet Zij ons onszelf in God zien, die dit Licht was. Wij zagen onszelf
duidelijker dan in de beste spiegel; aldus Lucia. Door een innerlijke drang,
die ons meegedeeld werd, vielen wij op de knieën en herhaalden: "0,
Allerheiligste Drie-eenheid, ik aanbid U; mijn God, mijn God, ik bemin U in het
Allerheiligste Sacrament". Na enkele ogenblikken zei 0.L. Vrouw: "Bid
dagelijks de rozenkrans, om de vrede voor de wereld en het einde van de oorlog
te verkrijgen!" Hierna verdween Zij langzaam in het Oosten.
Tweede
verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
13 juni 1917.
Lucia, Jacinta en Francisco met nog enkele aanwezigen bidden eerst de
rozenkrans. Daarna zien de kinderen het Licht en dan de H. Maagd boven de
steeneik, precies zoals in mei. Lucia vraagt weer: "wat wilt U van mij?"
"Ik wens, dat jullie de dertiende van de komende maanden hier terugkomen; dat
jullie iedere dag de rozenkrans bidden en leren lezen. Later zeg Ik jullie wat Ik
graag zou willen hebben". Daarna vroeg Lucia om de genezing van een zieke.
"Als
hij zich bekeert, zal hij dit jaar gezond worden". Dan vroeg Lucia de H.
Maagd
om hen alle drie mee naar de Hemel te nemen. "Ja, Jacinta en Francisco zal
Ik
spoedig halen. Jij zult hier echter nog een tijd blijven. Jezus wil Zich van jou
bedienen, opdat de mensen Mij kennen en beminnen. Hij wil op aarde de verering
van mijn Onbevlekt Hart vestigen. Wie dit doet, beloof Ik het eeuwig Heil en
deze zielen zullen door God bemind worden, als bloemen die daar door Mij worden
neergezet, om Zijn Troon te versieren".
"Blijf ik hier alleen?" vroeg Lucia treurig.
"Neen Mijn kind! Heb je veel te lijden? Laat je niet
ontmoedigen. Nooit zal Ik je verlaten, Mijn Onbevlekt Hart zal je toevlucht
zijn en de weg die je naar God zal voeren". Bij deze laatste woorden opende
de H. Maagd weer de handen en deelde hun weer dat onmetelijke Licht mee,
waardoor zij zich in God verzonken voelden. Jacinta en Francisco schenen in het
Licht te staan, dat Zich ten Hemel verhief, Lucia in het deel dat Zich over de
aarde uitstortte. Voor de rechterhandvlakte van 0.L. Vrouw was een hart, met
doornen omgeven die het a.h.w. doorboorden. De kinderen begrepen, dat dit het
Onbevlekt Hart van Maria was, gewond door de zonden van de mensen, waarvoor
eerherstel werd verlangd. Dan deelde de H. Maagd hun een geheim mee.
Derde verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
13 juli
1917. Bij deze derde verschijning is er al een behoorlijke volksmenigte op de
been. Zij bidden gezamenlijk de rozenkrans en spoedig zagen de kinderen de
Lichtstraal, kort daarop 0.L. Vrouw.
"Wat wilt U van mij?" vroeg Lucia zoals
gewoonlijk en ook het antwoord weer: "Ik wens, dat jullie de dertiende van de
komende maanden weer hierheen komen; dat jullie doorgaan met iedere dag de
Rozenkrans te bidden ter ere van 0.L. Vrouw van de Rozenkrans, om de vrede voor
de wereld en het einde van de oorlog te verkrijgen, want Zij alleen kan dit
verkrijgen".
"Ik zou U willen vragen wie U bent en een wonder te willen
doen, opdat de mensen geloven dat U aan ons verschijnt". Lucia komt verder nog
met enkele vragen voor de dag, die men haar had opgelegd, zoals genezingen.
O.L. Vrouw antwoordde, dat men de Rozenkrans moest bidden, om die genaden
gedurende het jaar te ontvangen. "Offer jezelf op voor de zondaars en zeg
dikwijls, vooral als je een offer brengt: "0 Jezus, dit doe ik uit liefde tot
U, voor de bekering van de zondaars en om eerherstel te brengen voor de zonden
tegen het Onbevlekt Hart van Maria".
Bij deze laatste woorden opende Zij opnieuw de handen, zoals in de twee vorige maanden. Het was alsof de straal de
aarde binnendrong en wij zagen tegelijkertijd een meer van vuur en in dat meer
de duivels en de zielen, alsof zij doorschijnend zwart waren als gloeiende
kolen. De vlammen kwamen als wolken van rook uit henzelf te voorschijn. Zij
vielen naar alle kanten als vonken, bij een geweldige brand. Zij schenen
gewichtloos. Zij schreiden en huilden van smart en vertwijfeling. De duivels
hadden een akelige weerzinwekkende gestalte van onbekende dieren. Zij waren
ook doorschijnend als zwarte gloeiende kolen.
De Kinderen waren zeer geschrokken en keken als om hulp naar O.L. Vrouw. Zij zei: "Jullie hebben de hel gezien,
waar de zielen van de arme zondaars komen. Om hen te redden, wil God de devotie
tot Mijn Onbevlekt Hart in de wereld vestigen. Als men doet wat Ik jullie zal
zeggen, zullen er velen gered worden en zal er vrede zijn. De oorlog loopt ten
einde; als men echter niet ophoudt God te beledigen, zal er onder het
pontificaat van Pius XI, een ergere oorlog beginnen. Als je op zekere nacht een
onbekend licht zult zien, weet dan dat dit het teken is dat God u geeft, dat Hij
de wereld voor haar misdaden zal straffen met oorlog, hongersnood, vervolging
van de H. Kerk en de Heilige Vader.
Om dit te voorkomen kom Ik vragen, om Rusland aan Mijn Onbevlekt Hart toe te wijden en op de eerste zaterdagen van
de maand een eerherstellende Communie te doen. Als men acht slaat op Mijn
verzoek, zal Rusland zich bekeren en zal er vrede zijn; doet men het niet, dan
zal Rusland haar valse leer over de wereld verspreiden, oorlog en vervolging van
de Kerk is er onherroepelijk het gevolg van. De goeden zullen gemarteld worden
en de H. Vader zal veel te lijden krijgen. Verschillende naties zullen van de
aardbodem worden weggevaagd; tenslotte echter zal Mijn Onbevlekt Hart
triomferen. De H. Vader zal Mij Rusland toewijden, dit zal zich bekeren en de
wereld zal een tijd van vrede ontvangen. In Portugal zal men het geloof
behouden. Vertel dit aan niemand, alleen Francisco kun je het vertellen.
Als je de Rozenkrans bidt, zeg dan na ieder tientje: "0 Mijn Jezus, vergeef ons onze
zonden, behoedt ons voor het vuur van de hel, breng alle zielen naar de Hemel,
vooral hen die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben". Hierna bleef het
even stil. Dan vroeg Lucia:
"Verlangt U verder niets meer van mij?"
"Neen, verder verlang 1k nu niets van je". Dan verdween Zij weer in Oostelijke
richting in de oneindige verte van het firmament.
Vierde verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
De vierde verschijning op 19 augustus. Ook
de dagbladen begonnen zich te interesseren voor de 'Verschijningen van Fatima'.
Zij klaagden de verantwoordelijken aan, omdat ze het 'narrenspel van de Cova da
Iria' niet konden doen stoppen. De administrator van Vila Nova de Ourém voelde
zich direct aangevallen en dacht met een list een einde aan alles te kunnen
maken. 's Morgens op 13 augustus zei hij de verschijningen bij te willen wonen
en hij nodigde de drie kinderen uit om in zijn eigen wagen plaats te nemen. Maar
in plaats van de richting naar de Cova da Iria in te slaan nam hij de weg naar
de districtsplaats Vila Nova de Ourém. Hier trachtte hij de kinderen, samen en
apart, nauwgezet te verhoren. Met plagerijen en daarna met bedreiging met de
dood (in een ketel met kokende olie) wilde hij hen dwingen de waarheid te zeggen
en hen laten toegeven, dat al deze gebeurtenissen door henzelf verzonnen waren.
Maar de kinderen bleven bij hun besluit niets daarover te zeggen. Op 15 augustus
werden zij naar huis teruggebracht. Bedroefd dat zij O. L. Vrouw niet hadden
kunnen ontmoeten (op 13 augustus) brachten de kinderen op 19 augustus hun
schapen naar Valinhos. Plotseling merkten zij de voortekenen die gewoonlijk de
verschijningen voorafgingen: de plotselinge daling van de temperatuur, een
vermindering van het zonlicht en de karakteristieke bliksemstraal. Maria
verscheen op een steeneik.
Lucia zegt weer: "Wat wenst U van mij?" Het antwoord: "Ik wil, dat jullie de dertiende naar de Cova da Iria komen en dat jullie doorgaan met de Rozenkrans te bidden; bij de laatste keer zal Ik een wonder doen, opdat allen geloven". "Wat moeten wij met het geld doen, dat de mensen in de Cova da Iria achterlaten?" "Het geld is voor het feest van 0.L. Vrouw van de Rozenkrans bestemd, de rest is voor de Kapel die men bouwen zal". Lucia vroeg Haar enkele zieken te genezen, Maria antwoordde: "Ja, in de loop van het jaar zal Ik enkelen gezond maken. Bid, bid veel en breng offers voor de zondaars, want vele zielen komen in de hel, omdat niemand zich voor hen opoffert en voor hen bidt". Zij verhief Zich weer in Oostelijke richting.
Vijfde verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
De vijfde verschijning was op 13 september. Terwijl enerzijds velen tegen de 'komedie van de Cova da Iria' streden, groeide anderzijds het aantal van hen, die de verschijningen voor geloofwaardig hielden. Zo waren er op 13 september ca. 25.000 personen naar de Cova da Iria gekomen. "Wat wenst U van mij", vroeg Lucia zoals voorheen. "Blijft dagelijks de rozenkrans bidden om het einde van de oorlog te verkrijgen. In oktober zal ik een wonder doen, zodat allen zullen geloven".
Van 13 september tot aan de 13e oktober
Deze
periode was het leven van de kinderen zeer bewogen. De politici en de vijanden
van de godsdienst juichten reeds. Zij dachten, dat het 'bedrog van de Cova da
Iria' spoedig voorbij zou zijn. Bovendien toonde het merendeel van de bevolking
van Aljustrel zich ongelovig en vijandelijk. Priesters en familieleden
probeerden de zienertjes ervan te overtuigen dat zij alles moesten ontkennen.
Anderen bedreigden hen zelfs. Op 12 oktober 's morgens vroeg wekte Moeder Santos
haar dochter Lucia met de woorden: "O Lucia! Het is het beste dat wij allen gaan
biechten. Men zegt dat wij morgen in de Cova da Iria moeten sterven". "Als u
wilt gaan biechten, moeder", antwoordde Lucia, "dan ga ik ook, maar niet
daarom... Ik heb geen angst. Ik weet heel zeker dat de 'Dame' morgen alles zal
doen, wat zij heeft beloofd". Een priester, die met de kinderen had gesproken,
gaf zeer bezorgd de raad: "Het is het beste om nu reeds overal heen te
telegraferen en te zeggen, dat alles bedrog is".
Zesde verschijning van de Heilige Maagd Maria in Fatima
13 oktober 1917. Omdat voor deze verschijning het grote wonder door Maria was aangekondigd, was
er een menigte van 70.000 mensen, die al de avond tevoren gekomen waren,
ondanks het slechte weer. Zij hadden de nacht in de open lucht doorgebracht. Nu
maakt de H. Maagd Zich bekend als: "O.L. Vrouw van de Rozenkrans". "Ik
ben gekomen, om de mensen aan te sporen van leven te veranderen en God niet meer
door de zonden te beledigen, daar Hij al zozeer beledigd is. Dat zij de
Rozenkrans bidden en boete doen voor hun zonden. Op deze plaats verlang Ik een
Kapel.
Als de mensen zich bekeren, zal er vrede op aarde komen".
Hierbij opende Zij weer de handen en liet ze in de zon stralen; terwijl Zij Zich verhief
straalde Haar eigen licht terug van de zon, de zon weerkaatste het. Daarom riep
Lucia, dat de mensen naar de zon moesten kijken. Als O.L. Vrouw dan in de
oneindige verte verdwenen was, verscheen naast de zon de Heilige Jozef met het
Kindje Jezus en Maria in bet wit, met een blauwe mantel om. De Heilige Jozef
zegende de wereld met een
handbeweging in de vorm van een kruis. Ook deze
verschijning verdween. Daarop verscheen 0.L. Heer en O.L. Vrouw (van Smarten).
O.L. Heer scheen de wereld te zegenen, op dezelfde wijze als de H. Jozef had
gedaan. Toen deze verschijning verdwenen was, kwam Maria als O.L. Vrouw van de
Berg Karmel terug.
Het zonnewonder, dat door alle mensen is beleefd, kan men als
volgt beschrijven:
Na al die regen, werd de hemel nu blauw, men kon echter
makkelijk naar de zon kijken. Deze begon te draaien als een wiel van vuur, dat
prachtige lichtstralen uitschoot in alle kleuren. De mensen, de bergen, de
bomen, alles kreeg diezelfde mooie wisselende kleuren. Daarna stond de zon een
ogenblik stil. Dan begon opnieuw dezelfde pracht. En zo voor een derde maal,
maar toen maakte de zon zich a.h.w. los van de hemel en kwam zigzags gewijze
naar beneden. Ze werd groter en groter en scheen de mensen te gaan verpletteren.
De mensen werden bang en vielen op de grond, terwijl zij smeekten om
barmhartigheid en vergeving, men bad...
Hierna werd alles weer normaal en de
mensen, die in hun angst allen in de modder waren neergeknield, bemerkten dat
zij totaal niet vuil waren. Nu stortten de mensen zich op de kinderen, die erger
dan ooit met vragen werden bestookt. Dit ging zo door tot diep in de nacht,
men liet de kinderen tenslotte toch een weinig rust, om de volgende dag weer
verder te gaan. Zij droegen dit alles op voor de zondaars en... dit is nog
niet eerder vermeld, voor de Heilige Vader. Daarna begonnen de verhoren en zoals
altijd wilde men de kinderen de geheimen ontrukken, die Maria hun
gegeven had.
Maar dit is aan niemand gelukt; zelfs de kleine Jacinta zei: "liever sterven".
Het overlijden van Francisco:
Francisco
werd in oktober 1918 ernstig ziek. Aan de familieleden die hem een goede
beterschap in het vooruitzicht stelden, antwoordde hij: "Dat is onnodig. O. L.
Vrouw wil mij bij zich in de hemel hebben". Tijdens zijn ziekte bleef Francisco
offers brengen om Jezus, die door zoveel zonden wordt beledigd, te troosten. "Ik
lijd veel", zei hij tegen Lucia, "maar ik lijd uit liefde voor Jezus en voor 0.
L. Vrouw. Ik wil nog meer lijden, maar ik kan het niet". Tot zijn moeder zei
hij: "O moeder! Ik heb geen kracht meer om de rozenkrans te bidden. Die 'Ave
Maria's' ja, die bid ik, maar mijn gedachten zijn heel ergens anders!" Hij
biechtte. Hij liet Lucia en Jacinta roepen en vroeg hen, hem enige zonden te
noemen die hij waarschijnlijk gedaan had. Zijn nicht en zijn zusje noemden hem
enkele kinderzonden. Francisco begon te huilen en zei: "Dat heb ik al gebiecht,
maar ik wil het nog een keer biechten. Het is mogelijk, dat Onze Lieve Heer
juist om deze zonden zo treurig is. Vragen ook jullie Onze Lieve Heer, dat Hij
mij mijn zonden wil vergeven". Daarna volgde zijn eerste en laatste ontmoeting
met de 'Verborgen Jezus' in de H. Communie. Daar hij te zwak was om de
rozenkrans te bidden, vroeg hij zijn nicht en zijn zusje deze hardop te bidden;
hij zou dan in stilte met hen meedoen. Op een nacht zei hij tegen zijn moeder:
"Kijk, moeder, het licht is zo mooi daar bij de deur!" Het zou zijn laatste
nacht zijn. De volgende dag, vrijdag 4 april 1919, vroeg hij nogmaals allen om
vergiffenis. Om 10.00 uur in de morgen, terwijl de zon met sterke stralen door
de kamerdeur scheen, is Francisco overleden en ging voor hem de hemel open. Hij
werd op het kerkhof van Fatima begraven. Op 12 maart 1952 werden de stoffelijke
resten van Francisco opgegraven en bijgezet in de rechterzijkapel van de
Basiliek van Fatima.
Het overlijden van Jacinta:
Reeds in 1918, een jaar na de verschijningen, begon de 'kruisweg' van Jacinta met een ziekte, die tot haar vroege dood zou leiden. Allereerst een longontsteking, daarna een zwerend abces aan de borst, dat haar veel pijn deed. Zij werd naar het hospitaal in Vila Nova de Ourém gebracht. Een nieuwe gelegenheid om voor de bekering van de zondaars te lijden. Twee maanden later kwam zij weer naar huis, echter met een open wond op de borst. De tuberculose verteerde haar zwakke gestel. "Zou Jezus tevreden zijn met dit lijden, dat ik Hem opoffer?" vroeg zij Lucia. In februari 1920 kwam zij in het ziekenhuis Santa Estefânia in Lissabon. Bij de gedachte ver van haar lieve ouders en van Lucia te moeten sterven, troostte zij zich toch ermee voor de zondaars te kunnen lijden. O. L. Vrouw bezocht haar driemaal in het ziekenhuis. Hier sprak Jacinta woorden, die zeker boven haar kinderlijke bevattingsvermogen uitgingen. Zij sprak over verschillende levensstaten en verplichtingen: over priesters, regeringen, artsen, over de vervolging van de Kerk, over de gehoorzaamheid van de kloosterlingen, het huwelijk, de rijkdom, de armoede... Het waren gedachten die zeker door God waren ingegeven. In de nacht van 20 februari ging tenslotte de belofte in vervulling die 'de Dame die schitterender was dan de zon' gegeven had: "Ik zal komen en je meenemen naar het Paradijs". Zij werd eerst op het kerkhof van Vila Nova de Ourém begraven; later, in het jaar 1935, op het kerkhof in Fatima, naast Francisco. Op 1 maart 1951 werd het lichaam van Jacinta in de linkerzijkapel van de Basiliek van Fatima bijgezet. Op 13 mei 2000 zijn deze beide zienertjes Francisco en Jacinta in Fatima zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. Hun kerkelijke feestdag is 20 februari.
Het vertrek van Lucia uit Fatima:
In
opdracht van de bisschop van Leiria verliet Lucia, in het jaar 1921, haar
geboortedorp. Vier jaar lang verbleef ze in een meisjespensionaat, bestuurd door de Zusters Dorotheeën in
Vilar bij Porto. Haar aanwezigheid in Fatima zou namelijk een belemmering kunnen
zijn om de verschijningen van O. L. Vrouw zonder enige partijdigheid op hun
echtheid te onderzoeken. De burgerlijke overheid en enkele groepen begonnen een
lastercampagne te ontplooien; Lucia werd voortdurend en langdurig uitgevraagd.
Om deze reden hield men het voor gepast om de 'zieneres' naar de zusters van
Vilar te brengen, zonder dat iemand het merkte. In de zomer van 1925 trad Lucia in bij
de zusters van de H. Dorothea in Spanje, net over de grens met Portugal.
Eerste verschijning van de Heilige Maagd Maria met het kindje Jezus aan Lucia in Pontevedra:
Op 10 december 1925, toen Lucia in Pontevedra (Spanje) verbleef, vertrouwde de H. Maagd haar de grote belofte toe, die aan de 'Devotie van de Eerste Zaterdag' verbonden is. Een vreugdevolle gebeurtenis in het leven van Lucia was de bedevaart naar Fatima van paus Paulus VI op 13 mei 1967 in verband met het feest van de 50e verjaardag van de eerste verschijning. Paus Paulus VI wenste dat Lucia ook daarbij zou zijn. Zo mocht zij de Plaatsbekleder van Christus de hand drukken en met hem spreken. Diezelfde vreugde beleefde zij nog twee maal, bij het bezoek van paus Johannes Paulus II in 1982 en in 1991. Op 13 mei 2000 was Lucia ook aanwezig bij de zaligverklaring van Francisco en Jacinta. Toen Lucia in Pontevedra was, verscheen haar op 10 december 1925 de H. Maagd met het Jezuskind. De H. Maagd legde Haar hand op de schouder van Lucia, terwijl Zij in de andere hand een met doornen gekroond Hart hield. Tegelijkertijd zei het Jezuskind: "Heb medelijden met het Hart van je Allerheiligste Moeder, dat bedekt is met doornen waarmee ondankbare mensen het ieder ogenblik doorboren met godslasteringen en ondankbaarheid." Daarna zei Onze Lieve Vrouw tot Lucia: "Zie, mijn dochter, zie mijn Hart omgeven van doornen, door de mensen onophoudelijk gekwetst. Troost jij mij tenminste en maak mijn belofte bekend: Ik zal allen die gedurende vijf maanden achtereen op de eerste zaterdag biechten, de H. Communie ontvangen, de rozenkrans bidden en mij vijftien minuten gezelschap houden om de 15 mysteries van de Rozenkrans te overwegen, met de bedoeling mij te troosten, in het uur van hun dood bijstaan met de nodige genaden voor de redding van hun zielen."
Tweede verschijning van de Heilige Maagd Maria met het kindje Jezus aan Lucia in Pontevedra:
Op 15 februari 1926 verscheen aan Lucia het Jezuskind opnieuw om haar te vragen of zij de godsvrucht tot Zijn Heilige Moeder al had verspreid. Zij zette de moeilijkheden uiteen die zij bij haar biechtvader en bij de Moeder-Overste ondervond, waarop Jezus antwoordde: "Het is waar dat uw Overste alleen niets vermag, maar met Mijn genade kan ze alles." Lucia wees op de moeilijkheden die sommige mensen ondervonden om op de Eerste Zaterdag van de maand te biechten. Ze vroeg of de biecht acht dagen ervoor of daarna ook geldig was. "Ja, de biecht mag zelfs langer geleden zijn, op voorwaarde dat als men Mij ontvangt, in staat van genade is en men de bedoeling heeft het Onbevlekt Hart van Maria te troosten."
Verschijning van de Heilige Maagd Maria in Tuy, Spanje:
In de zomer van 1926 trad Lucia in het noviciaat van de
Zusters Dorotheeën, dat wegens de verbanning van de kloosterorden was
overgebracht naar Tuy in Spanje. Op 13 juni 1929 zei Onze Lieve Vrouw tijdens
een verschijning in Tuy, Spanje, dat het ogenblik gekomen was waarop zij wilde
dat aan de H. Kerk Haar verlangen zou worden bekendgemaakt, dat de paus in
vereniging met alle bisschoppen van de hele wereld Rusland aan Haar Onbevlekt
Hart zou toewijden en beloofde dat op deze wijze dit land zijn dwalingen zou
inzien en zich zou bekeren. Maar pas op 20 december 1940 kreeg Lucia toestemming
om de H. Vader Pius XII te schrijven om hem om deze toewijding te vragen. Pius
XII vervulde deze wens van Onze Lieve Vrouw gedeeltelijk door op 31 oktober 1942
de gehele wereld met een bijzondere vermelding voor Rusland, toe te wijden aan
het Onbevlekt Hart van Maria. En hij wijdde op 7 juli 1952 alleen Rusland aan
het Onbevlekt Hart van Maria toe en wel met deze woorden: "Zoals wij enkele
jaren geleden het gehele menselijk geslacht hebben toegewijd aan het Onbevlekt
Hart van Maria, wijden wij nu op geheel bijzondere wijze alle Russische volkeren
toe aan hetzelfde Onbevlekt Hart."
Pas 13 jaar na de verschijningen van 1917,
namelijk op 13 oktober 1930, werden deze door de bisschop van Leiria, waaronder
Fatima ressorteert, als authentiek erkend. Op
3 oktober 1934, na zes jaar kloosterleven, mocht Lucia haar eeuwige geloften
afleggen. Als kloosterlinge bij de zusters Dorotheeën legde Lucia zich er op toe
haar ziel te heiligen.
In het jaar 1946, na nog éénmaal in Fatima te zijn geweest, trad zij in de orde
van de Karmelietessen in het Convent te Coimbra, waar zij tot aan haar dood
verbleef. Zij droeg de naam: 'Zuster Lucia van het Onbevlekt Hart'. O. L. Vrouw,
die haar had gezegd, dat zij nog langer op aarde moest blijven om de verering
van Haar Onbevlekt Hart te verspreiden, is aan Lucia nog meerdere malen
verschenen.
Ten
overstaan van een half miljoen toeschouwers ging Johannes Paulus II op 13 mei
2000 over tot de officiële zaligverklaring van
Francisco en Jacinta Marto, de twee jong overleden zienertjes van 1917. Zuster Lucia Dos Santos is op 13 februari 2005 overleden. Zuster Lucia
stierf op 97-jarige leeftijd in het klooster van de heilige Teresa van Avila. Sinds de
jaren veertig woonde ze in afzondering in een oud klooster van de karmelietessen
in de Portugese stad Coimbra. Zuster Lucia is gestorven tijdens de noveen ter
ere van de zalige Jacinta, wier sterfdatum 20 februari is.
De drie geheimen van Fatima:
Maria zou de kinderen bij haar
verschijning drie geheimen verteld hebben.
Herderskinderen van Fatima dicht bij
heiligverklaring:
De bisschop van Leiria-Fatima heeft op 23
februari 2005 aangekondigd dat de diocesane fase voor de heiligverklaring van de
herderskinderen Jacinta en Francisco Marto rond is. Bisschop Serafim Ferreira e
Silva maakte afgelopen zondag bekend dat de zogenaamde ‘positio’ op 19 februari
werd doorgegeven. Concreet betekent dit dat alle documenten voor de
heiligverklaring verzameld zijn, in het Italiaans vertaald werden en ook werden
doorgegeven aan de prefect van de Congregatie voor de Heiligverklaringen. “Vanaf
nu is het oordeel aan de kardinalen en artsen. Daarna heeft de paus het laatste
woord”, aldus nog Mgr. Ferreira e Silva. Het mirakel, nodig voor deze
heiligverklaring, betreft de volledige genezing van een jongetje van nu 5 jaar,
Felipe, dat het type 1 diabetes (juveniele suikerziekte) had. Juveniele
suikerziekte is een chronische ziekte, dit wil zeggen, dat de ziekte niet te
genezen is. De moeder en de grootmoeder brachten het kind (van Portugese ouders,
maar wonend in Zwitserland) in de nabijheid van de graven van Jacinta en
Francisco in de basiliek van Fatima. Sindsdien heeft het zoontje géén
insulinespuiten meer nodig. Een medisch wonder.

Lucia dos Santos
|
Bronvermelding:
Voor deze pagina heb ik gebruik mogen maken van enkele passages uit Avé Nieuwsbrief, 2e jaargang, nr. 1, maart 2002 van van de Stichting: "Vaak", http://www.stichtingvaak.nl/, "Erkende verschijningen: Fatima" door pastoor Rudo Franken, waarvoor mijn dank. |
- Stichting Marypages -
|
De stichting heeft ten doel: het instand houden, onderhouden en uitbreiden van de Internet homepage “Marypages” om het Rooms-Katholieke geloof te promoten, waarbij de nadruk ligt op de Maria-devotie. Resterende verkrijgingen en baten zullen ten goede komen van goede doelen op Rooms-Katholieke grondslag. Ingeschreven Kamer van Koophandel Flevoland, onder nummer: 39100629
Donateur
Bij een donatie van minimaal € 50,-- krijgt u bovendien 1 prachtige lichtblauwe rozenkrans uit Lourdes toegestuurd.
Uw financiële hulp is essentieel voor het
voortbestaan van Marypages. |
Vijftien jaar later, in 1932,
verschijnt de H. Maagd opnieuw
deze keer in Beauraing (België)
