Lourdes 1858

Bernadette 1844 - 1879 De slapende Heilige van Nevers
Feestdag Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdes: 11 februari
Feestdag Bernadette Soubirous : 16 april; 18 februari in Frankrijk
Zowel
in Rue du Bac in Parijs als in Lourdes denken we aan Maria als de Onbevlekte
Ontvangenis. Deze titel, deze naam, heeft Maria in 1830 bekend gemaakt aan
Catherine Labouré en in 1858 te
Lourdes aan Bernadette Soubirous. De gebeurtenissen in de Rue du Bac zijn een
voorbode van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria in 1854; de
verschijning van Maria te Lourdes is er de bevestiging van. De persoon
Bernadette is nauw verbonden met hetgeen God wilde bewerken in Lourdes. Daarom
wil ik, dat ook u haar van nabij leert kennen. Zij is een Heilige die tot de
gewone mensen behoorde en die aantrekkelijk is door haar menselijke en
evangelische echtheid. Ze was veertien jaar en ze kende noch haar catechismus,
noch beschaaft Frans. Toch heeft Maria juist dit meisje uitverkoren.
De ouders zijn François Soubirous en Louise Castérot. Op
zondag 7 januari 1844 wordt hun eerste kindje geboren: Bernadette. Zij
wordt in de burgerlijke stand ingeschreven met de namen "Bernarde-Marie". Na
haar komen er nog zes, waarvan er drie al jong zullen sterven.
Bernadette
is zelf nooit gezond geweest, zij leed aan astma. Bernadette zal zich steeds met
haar thuis, haar ouders, zusters en broers sterk verbonden voelen. Zij wonen in
de molen van Boly. Door de slechte toestand van de molen vermindert de geleverde
bloem van kwaliteit en de klanten worden zeldzamer. Tenslotte is de familie
Soubirous genoodzaakt om de molen van Boly te verlaten voor een veel armere
woonstede. François wordt dagloner. Zijn werk wordt slecht betaald, hij kan er
zijn gezin niet mee onderhouden. Louise tracht ook wat mee te verdienen door uit
werken te gaan terwijl haar oudste dochter Bernadette op de kleinere kinderen
past. Men probeert Bernadette wat catechismusles te geven, maar het vlot niet en
dikwijls leeft het kind met haar schapen alleen in de natuur. Bernadette is
vroom, zij heeft steeds haar rozenkrans bij zich en die bidt zij vaak. Zij kent
géén andere gebeden.
De familie Soubirous in Lourdes
Kalender van de 18 verschijningen in de grot van Massabielle in Lourdes:
- 11, 14, 18, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 27
en
28 februari 1858
- 01, 02, 03, 04 en 25 maart 1858
- 07 april 1858
- 16 juli 1858
Webcams and video's officiële website Lourdes
Eerste verschijning - donderdag - 11 februari 1858
Bernadette (14), haar zusje Toinette (12) en een vriendinnetje Jeanne
Abadie (13) gaan hout sprokkelen. Ze komen aan de voet van de rots van
Massabielle en zien een grot. Voor de grot loopt water en daarom wil Bernadette
haar schoenen en kousen uittrekken om het water over te steken. Nauwelijks
heeft ze de eerste kous uit, als ze een geluid hoort als van een windvlaag.
Weer hoort ze hetzelfde geluid en als zij naar de grot kijkt, ziet ze in
de bovenste nis een mooie vrouw met een witte japon, een blauwe ceintuur
en een gele roos op elke voet. De Vrouw geeft met haar vinger een teken
om dichterbij te komen, maar Bernadette staat als vastgenageld. Spontaan
grijpt Bernadette naar haar rozenkrans en knielt neer. Ze wil het kruisteken
maken, maar dat gelukt haar pas als de mooie verschijning, die ook een
rozenkrans draagt met een groot blinkend kruis, het haar heeft voorgedaan.
Terwijl Bernadette het Rozenhoedje bidt, ziet ze dat ook de mooie vrouw
de kralen door haar vingers laat glijden, maar zonder de lippen te bewegen.
Het "visioen" duurt ongeveer een kwartier. De andere meisjes hebben niets
gezien. Bernadette vertelt het hun, zo komt het nieuws bij moeder Soubirous
terecht.
Tweede verschijning - zondag - 14 februari
1858
Het is carnavalszondag. Bernadette voelt zich innerlijk gedreven
om naar de grot te gaan, hoewel haar moeder het haar verboden heeft. Na
veel aandringen, geeft haar moeder toch toestemming. Bernadette en de twee
andere meisjes gaan mee. Bernadette heeft een flesje wijwater meegenomen,
om naar de verschijning te gooien, als ze die bij de grot zou zien. Bernadette
laat de groep knielen en samen bidden zij de Rozenkrans. Wéér
ziet Bernadette de mooie vrouw met een rozenkrans aan de arm. Ze sprenkelt
het wijwater in de richting van de nis en vraagt: "als u van God komt,
blijft u dan en zo niet gaat u dan weg". Hoe meer wijwater Bernadette sprenkelt,
des te meer glimlacht de verschijning. Als de fles leeg is, gaat Bernadette
verder met haar rozenhoedje. Daarna verdwijnt de gestalte.
Derde verschijning – donderdag - 18 februari
1858
Eerst bij de derde verschijning
spreekt de Heilige Maagd tot Bernadette. Het aparte is, dat Maria haar
aanspreekt in zuiver Frans, maar als Maria merkt, dat Bernadette haar niet
verstaat, schakelt de Heilige Maagd over in de streektaal van Bernadette, nl.
Baskisch.
Het is heel vroeg in de morgen als Bernadette weer bij de grot knielt.
Enkele volwassenen uit de stad zijn meegegaan. Zij geven haar papier en
schrijfgerei. Bernadette gaat de grot in en vraagt: "Wilt U zo goed zijn
Uw naam op te schrijven?" Dit hebben de volwassenen haar ingeprent. "Dat
hoeft niet", hoort Bernadette als antwoord. En dan de wedervraag: "wilt
u zo goed zijn om gedurende vijftien dagen naar de grot te komen?" "Ja,
ik beloof het u", antwoordt Bernadette. De verschijning doet een belofte:
Tot slot doet de mooie dame een verzoek "Ik zou hier veel mensen willen
zien". Voor het eerst heeft Bernadette de "welluidende en zachte" stem
gehoord. De verschijning heeft iets minder dan een half uur geduurd.
Bernadette weet helemaal niet dat Maria voor haar staat, want ze zegt, dat ze
een mooie witte dame heeft gezien.
Vierde verschijning – vrijdag - 19 februari
1858
Bernadette is niet meer bang. Zij voelt een onweerstaanbare innerlijke
drang om naar de grot van Massabielle te gaan. Zes of zeven vrouwen, onder wie
de tante van Bernadette, zijn meegegaan. Na amper drie weesgegroeten herhaalt
zich de verschijning, ongeveer een kwartier. Een klein detail: voor de
eerste keer neemt Bernadette een gewijde kaars mee naar de grot. Zij zal
deze verder elke keer meenemen tot op drie maart, de dag van de veertiende
verschijning.
Deze zondagmorgen zijn zo'n honderd mensen getuige van de vervoering
van Bernadette. De blik van Maria schijnt een ogenblik over heel de aarde
te gaan en Zij zegt: "Bid voor de zondaars". In de namiddag wordt zij onderworpen
aan een langdurig verhoor door de politiecommissaris Jacomet. Zij is uiterst
kalm en elke poging om haar zichzelf te laten tegenspreken mislukt. Vader
Soubirous laat haar beloven niet meer naar de grot te gaan.
Achtste verschijning – woensdag - 24 februari
1858
Twee á driehonderd personen zijn bij de grot samengestroomd.
Zij zien dat het gezicht van Bernadette een en al droefheid is. Zij kruipt
op haar knieën over de grond en af en toe kust zij de grond. Men hoort
haar stamelen: "Boete … Boete … Boete …". Ze vertelt, dat de Dame haar dit
gevraagd heeft als boetedoening voor de zondaars.
Negende verschijning – donderdag - 25 februari
1858
De begeleidende groep is aangegroeid tot ongeveer dertig mensen.
Die dag vertonen zich dezelfde verschijnselen. En als ze voorbij zijn,
is Bernadette meteen het normale en eenvoudige kind van altijd. En ze wil
bijna niet praten over de verschijning. Alleen zegt ze weer beslist dat
ze "aquero", "de mooie witte dame", die glimlachte en haar groette, weer
heeft gezien.
In de biechtstoel zegt kapelaan Pomian tegen Bernadette, dat men
niet het recht heeft haar de gang naar de grot te beletten. Vader Soubirous
trekt zijn verbod in. Deze dag zijn er zeker weer honderd getuigen, onder
wie dokter Dozous en verschillende vooraanstaande mannen uit het stadje.
Maria leert aan Bernadette woord voor woord een "klein speciaal gebed",
wat zij geheim houdt. Zij zal dit voortaan haar hele leven iedere dag bidden.
Maria geeft nu een opdracht: "En ga nu aan de priesters zeggen, dat Ik
wil, dat men hier een kapel bouwt".
Weer is de omgeving van de grot propvol mensen. Zo uiterlijk te constateren
is Bernadette's houding gedurende deze verschijning vreemd, maar dat komt
door datgene wat Maria tegen haar zegt: "Mijn dochter, Ik wil je alleen
voor jezelf en alleen aangaande jezelf, een laatste geheim toevertrouwen,
dat je aan niemand ter wereld zult prijs geven. En nu, ga drinken en je
wassen bij de bron en eet van het gras, dat daar vlakbij groeit". Maria
wijst met Haar vinger naar de grot. Dan ziet Bernadette wat vies modderig
water, zij kan er niet van drinken. Zij probeert het drie keer en graaft
steeds wat dieper. De vierde keer kan zij het drinken en zij wast zich
ermee. Dan eet zij van het gras. Onder de mensen, die dit zien, zijn er
die zeggen: "zij is gek." Maar de bron wordt onder handen van Bernadette,
de overvloedige bron (100.000 liter per dag). Voor velen wordt dit het
"wonderdadige water." Dezelfde dag ondergaat Bernadette een verhoor bij
de procureur des keizers, zonder enig succes voor de procureur.
Een nog grotere menigte dan de
vorige dag (1.150 mensen) is Bernadette naar de grot gevolgd. Ook de commandant
van de gendarmerie uit Tarbes is er met zijn secretaris. Deze was onder de
indruk en zegt dat de verschijning vrij lang geduurd heeft. 's Middags volgt
weer een verhoor bij de procureur, de commissaris en de rechter van instructie.
Ook de directeur van de middelbare school komt haar privé ondervragen. Hij denkt
dat ze aan catalepsie lijdt, maar na het gesprek is hij overtuigd dat ze echt
iets ziet.
Twaalfde verschijning – maandag - 1 maart 1858
Er zijn 1.500 personen aanwezig, door de politie geteld. Bernadette
ziet het meisje weer dat haar attent maakt op het feit dat zij niet haar
eigen Rozenkrans in de hand houdt, maar die van een ziek vriendinnetje.
Opnieuw drinkt en wast ze zich aan de bron. Op deze dag
was er voor de eerste keer een priester aanwezig. Het was de pasgewijde
priester Abbe Dezirat van het nabijgelegen plaatsje Omex. Hij houdt Bernadette
nauwlettend in de gaten en verklaart later:
"Wat een volmaakte vrede! Wat
een kalmte! Wat een verhevenheid! Het is onmogelijk, dat een kind zoiets
verzint; zo puur, zo liefelijk. Het was alsof ik op de drempel van het
Paradijs stond."
Er zijn in alle vroegte tussen de 3.000 en 4.000 mensen bij de grot,
maar er gebeurt niets. 's Middags gaat Bernadette terug en nu ziet ze in
tegenwoordigheid van honderd mensen, de verschijning. Zij vraagt de Dame
namens de pastoor naar haar naam, maar de Dame glimlacht en geeft geen
antwoord. Bernadette bezoekt de pastoor, die zegt, dat ze voor de gek wordt
gehouden, maar dringt er op aan opnieuw naar haar naam te vragen.
Het is marktdag in Lourdes. De laatste dag van de vijftien, waarover
het ging bij de derde verschijning. Er is veel volk van buiten. Twintigduizend
mensen trekken naar de grot. De politiemacht in het Pyreneeën stadje,
met versterking van de buurtdorpen, heeft er de handen aan vol. Drie kwartier
blijft Bernadette in vervoering bij de grot. Weer volgt een bezoek aan
de pastoor. De Dame heeft alleen geglimlacht, toen Bernadette haar naam
vroeg. Maar ze wil nog steeds de kapel. Weer dringt Peyramale aan om haar
naam te vragen.
Nu volgt een onderbreking in de verschijningen die twintig dagen
duurt, tijdens welke Bernadette niet naar de grot gaat. Zij voelt deze
onweerstaanbare kracht niet die haar uitnodigt. Voor haar is het een welkome
pauze waarin zij haar rust terugvindt; zij gaat naar school en bereidt
zich voor op de Eerste Communie.
Zestiende verschijning – donderdag - 25 maart
1858
Hiermee bevestigt de H. Maagd het op 8 december 1854 door Pius IX
uitgeroepen leerstuk. Zij is "De Vrouw bekleedt met de zon; de totaal zuivere".
Maria kondigde Haar Onbevlekte Ontvangenis al aan bij haar verschijning
in de Rue du Bac te Parijs in 1830 aan zuster Catherine Labouré.
Zij leerde toen aan de zuster het gebed:
De wonderdadige medaille heette immers eerst "de Medaille van Maria’s
Onbevlekte Ontvangenis". En Bernadette begrijpt het niet, ook niet na een bezoek bij de pastoor.
Pas 's middags, in een gesprek met meneer Estrade, een geletterd man, begint
ze te beseffen dat het tóch de Heilige Maagd moest zijn.
Nu volgt opnieuw een onderbreking in de verschijningen.
Omdat Bernadette daags tevoren te biechten is geweest, verwacht men
dat ze naar de grot zal gaan. Het blijkt waar te zijn. Zoals gewoonlijk
draagt zij een brandende kaars in de linkerhand, met haar rechter beschermt
zij de vlam tegen de wind. In de extase die volgt, beroert de vlam haar
vingers, een kwartier lang. Dr. Dozous, die er bij staat, kan geen enkele
brandwond constateren en hij gelooft ook dat Bernadette echt iets ziet.
Dan volgt de langste onderbreking in het verloop van de verschijningen.
Op het feest van Onze Lieve Vrouwe van de berg
Karmel voelt Bernadette
zich gedwongen nog eens naar de grot te gaan. Ze gaat 's avonds om acht
uur. De autoriteiten hebben intussen (naar een decreet van 10 juni) de
grot afgesloten en er schuttingen rondom laten aanbrengen. Bernadette knielt
samen met haar tante Lucile aan de overkant van de Gave. Gedurende korte
tijd raakt ze in vervoering, net als enkele maanden geleden. Als haar daarna
gevraagd wordt of de Heilige Maagd iets gezegd heeft, antwoord zij "niets",
maar tevens zegt ze dat ze haar nog nooit zo mooi heeft gezien.
Toen de burgemeester de bron had laten sluiten en aan de bisschop van Tarbes
werd gevraagd de bron weer te openen, reageerde hij: "Alleen de keizer kan de
bron heropenen. Laat maar eens zien wie er sterker is, Maria of de keizer". Op nadrukkelijk aandringen van keizerin Eugénie heeft keizer
Napoleon III de bron weer laten heropenen. Hiermee zien we
duidelijk, dat het Goddelijke boven het Aardse gaat.
En nadien neemt zij de gewone lijn van haar leven weer op, haar groei
in het geloof, die voor haar geheel bestaat in de trouw van elke dag.
Met enigszins overdreven ijver
hebben sommigen van haar oversten alles in het werk gesteld om haar nederig en
klein te houden. Zij heeft onder deze vernederingen geleden, maar ze heeft ze
grootmoedig aanvaard en bewaarde haar leven lang haar opgewektheid. Op de dag
van haar kloostergeloften gaf de bisschop haar de opdracht: "bidden". Zij werd
aangesteld op de ziekenzaal waar zij een heel bekwame en goede verpleegster
bleek te zijn. Maar ze was zelf veel ziek, behalve astma kreeg zij tuberculose,
beenontkalking en open wonden, die haar veel deden lijden en haar lichaam
verwoestten. In lichaam en geest beleefde zij dag na dag wat Maria te Lourdes
had gevraagd: "Bid voor de zondaars, doe boete".
"Mijn lijden zal duren tot mijn dood", had Bernadette op een dag verklaard.
Na een langdurig en streng proces, zoals dat door het
kerkelijke recht is voorgeschreven, heeft paus Pius XI Bernadette in 1925"zalig
en op 8 december 1933 heilig verklaard. Haar feestdag werd in 1891 als het
"Feest der Verschijningen" vastgesteld op 18 februari, de dag van het derde
visioen waarop haar, zoals zij verklaarde, voorspeld werd: "Ik beloof je niet in
deze wereld gelukkig te maken, maar wel in de andere". Deze instelling gebeurde
door paus Leo XIII.
Pius IX en de Onbevlekte
Ontvangenis: Haar lichaam, dat gaaf bewaard is gebleven,
ligt nu opgebaard in een glazen schrijn in de kapel van het klooster te
Nevers.
Persoonlijke noot van mijzelf over Lourdes
in verhouding tot Bernadette:
Sinds de verschijning van De Heilige Maagd in Lourdes zijn er 6.000
wonderbaarlijke genezingen gemeld, waarvan er tot op heden 67 officieel erkend zijn, na een
grondig onderzoek door een team van specialisten. P
Tiende verschijning – zaterdag - 27 februari
1858
De verschijning herhaalt zich ten aanschouwen van 800 personen. Weer
drinkt Bernadette van het water uit de inmiddels sterker borrelende bron
en het eet zij van het gras.
Er zijn 1.650 toeschouwers. Bernadette hoort het verzoek: "ga aan
de priesters zeggen hier een kapel te bouwen; Ik wil dat men hier in processie
naartoe komt". Pastoor Peyramale ontvangt haar zo brutaal dat ze alleen
over de processie praat en de kapel vergeet. Vol schrik gaat ze 's avonds
terug en doet de aanvulling van haar boodschap aan de pastoor en drie kapelaans.
De pastoor zegt dat ze eerst maar eens naar de naam van de Dame moet vragen.
Maria boodschap. Drie weken is Bernadette niet meer naar de grot geweest.
Maar in de nacht van 24 op 25 maart voelt zij weer die onverklaarbare drang
naar de nis in de Massabielle. Het is vijf uur in de morgen, als zij met
enkele familieleden op weg gaat. Er zijn al een paar tientallen mensen,
onder andere de commissaris. Onmiddellijk ziet Bernadette de Dame. Zij
raakt bijna een uur lang in vervoering. Drie keer vraagt zij de Dame om
haar naam. De Dame glimlacht. Dan waagt zij het nog een vierde keer. Nu
komt ook het antwoord:

De eerste van de achttien verschijningen te Lourdes had plaats op
11 februari 1858. Tijdens en na de verschijningen is Bernadette een voorwerp
van belangstelling, van bewondering en... van afkeer! Ook haar ouders hebben
het zwaar te verduren, hoe kunnen arme mensen zich verdedigen tegen dreigende
openbare machten! Maar Bernadette blijft steeds zichzelf, eenvoudig, oprecht
en Godvruchtig. Voor de burgerlijke en de kerkelijke ondervragers zal zij
steeds even kalm en onbevangen, soms met een tikkeltje humor, zelfs met
kordaat verweer tegen onkiese opdringers, het verloop van de verschijningen
vertellen. In deze periode groeit bij Bernadette het persoonlijk besluit
om religieuze te worden, zij kiest tenslotte voor de zusters van Nevers,
omdat haar gezondheid niet geschikt is voor een te strenge regel, omdat
zij graag zieken verzorgt en "omdat men mij er niet naartoe getrokken heeft".
Bernadette te Nevers:
Zeven jaar later, in 1865, wordt
Bernadette postulante in het klooster van de zusters van Nevers te Lourdes, waar
ze inwoonde. Voor haar vertrek naar het moederhuis te Nevers neemt zij afscheid
van de geliefde grot op 4 juli 1866. Zij verlaat voorgoed Lourdes en haar
dierbare familie. Bij de zusters van Nevers leeft Bernadette verder onder haar
doopnaam, Soeur Marie-Bernarde. Bij het begin van haar noviciaat werd Bernadette
voor de vergaderde kloostergemeente naar het verhaal van de verschijningen
gevraagd. Daarna werd haar opgelegd er nooit meer over te spreken.
Op 16 april 1879, de woensdag na Pasen, stierf zij, 35 jaar oud.
Zij stierf om 3 uur in de middag. Zij, die haar op dat ogenblik omringden,
zeiden later, dat haar heengaan deed denken aan de dood van Christus aan het
kruis. Op verzoek van paus Pius IX en de bisschop van Lourdes bekrachtigde zij
op haar sterfbed nog eens onder eed haar vroegere verklaring over de gebeurtenissen
bij de Massabielle.
Paus
Pius IX sprak 150 jaar geleden, op 8 december 1854, het dogma van de Onbevlekte
Ontvangenis van Maria uit. Met deze uitspraak verklaarde hij dat "de leer dat de
allerzaligste Maagd Maria vanaf het eerste ogenblik van haar Ontvangenis door
een enige bijzondere genade en bevoorrechting van de almachtige God, omwille van
de verdienste van Christus Jezus, de Zaligmaker van het menselijk geslacht, van
alle smet van de erfzonde vrij is bewaard, door God is geopenbaard en door alle
gelovigen als waarheid aanvaard moet worden".
De rede van Pius IX bij gelegenheid van deze plechtigheid, is een ontroerend
getuigenis van zijn liefde voor God, zijn Moeder en alle gelovigen.
Bernadette wist niet eens wat "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis"
betekende. Ze was een eerlijk en oprecht meisje. Juist zij werd door Maria
uitverkoren. De verschijningen hebben haar als persoon alleen ellende bezorgd.
De wereld daarentegen is zeer gebaat bij Lourdes. Meer dan 5 miljoen pelgrims per jaar is niet niks. Toen de burgemeester de bron had laten sluiten en aan de bisschop
van Tarbes werd gevraagd de bron weer te openen, reageerde hij: "Alleen
de keizer kan de bron heropenen. Laat maar eens zien wie er sterker is,
Maria of de keizer".
Op nadrukkelijk aandringen van keizerin Eugénie heeft keizer
Napoleon III de bron weer laten heropenen. Hiermee zien we
duidelijk, dat het Goddelijke boven het Aardse gaat.
"Wanneer is een genezing in Lourdes een wonder?"
De RK-Kerk heeft officieel 67 wonderen die aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes worden toegeschreven, erkend. Daarnaast registreerde de Kerk sinds de Maria-verschijningen in Lourdes in februari 1858 ongeveer 7000 onverklaarbare genezingen. Deze cijfers staan in het boek: "Il medico di fronte ai miracoli" (De arts tegenover wonderen) van de Vereniging van Italiaanse Katholieke Artsen (AMCI). (Bron: katholieknederland.nl)
Reactie webmaster Leo de Bondt:
Bernadette's
onwetendheid liet haar niet toe het wondere visioen van Massabielle te
verzinnen. De dame bidt niet zo: "Ik geloof in God...", noch "Onze Vader..."
noch "Wees gegroet, Maria...", doch slechts zo: "Glorie aan de Vader, en de
Zoon, en de H. Geest..." Als een ongeletterd meisje zoiets zegt, dan moet ze het
gezien hebben. Had Bernadette het spel van leugen en list gespeeld, ze zou vroeg
genoeg 's hemels peetschap aanvaard hebben, toen het volk haar vroeg: "Is het de
H. Maagd?" Bernadette's antwoord kennen we: "Ik weet het niet, ze heeft me haar
naam niet gezegd!" ...IK BEN DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS...
Deze woorden sprak Maria in het Baskisch tot Bernadette: 'Que soy era immaculada
councepciou'.
Hoe zou Bernadette die formule gevonden hebben?... Ze had ze nooit voordien
gehoord, om de goede reden dat die formule gebruikt werd in een tot dan toe
onbekende vorm. Dit is zo waar, dat vele theologen er hun verwondering over
uitdrukten. Tenslotte zou zij, wegens haar gebrek aan ontwikkeling en haar
kinderlijke eenvoud, in de val gelopen zijn tijdens de ondervragingen, die niet
zonder valstrikken en bedreigingen geschiedden. Zij die, even voor haar dood,
plechtig verklaarde: "Ja, ik heb Haar gezien!" heeft van meet af blijk gegeven
van haar oprechtheid.
Nog enkele belangrijke notities:
1879: op 16 april sterft Bernadette.
1879: op 30 mei wordt de kist met haar lichaam geplaatst in de grafkelder van de Sint-Jozefskapel.
1907: opening van het proces voor de zaligverklaring.
1909: op 22 september, 1e opgraving van het lichaam van Bernadette. Het lichaam wordt ongeschonden teruggevonden.
1919: op 3 april, 2e opgraving voor de herkenning van het lichaam.
1925: op 18 april, 3e opgraving. Het lichaam is nog altijd intact. Op 14 juni wordt Bernadette door Paus Pius XI in de Sint-Pietersbasiliek van Rome zalig verklaard. Op 18 juli wordt haar lichaam in een schrijn geplaatst, het gezicht en de handen bedekt met een dunne waslaag. Op 3 augustus wordt het schrijn van het noviciaat naar het Sint-Gildardklooster overgebracht.
Het lichaam van Bernadette ligt nagenoeg ongeschonden in een glazen schrijn in de Kapel Espace Bernadette Soubirous-Nevers. Voor de zalig- en heiligverklaring van Bernadette Soubirous is het lichaam drie maal opgegraven. Tijdens de derde en laatste ‘herkenning van het lichaam’, zoals dat in het kerkelijk jargon heet, werden door een arts relikwieën weggenomen, die bestemd waren voor Rome, Lourdes en de huizen van de zustercongregatie waarvan Bernadette lid was. Deze plechtigheid vond plaats op 18 april 1925. Behalve de gemeenschap van de zusters, waren de bisschop van Nevers, de vicarissen-generaal, de kerkelijke rechtbank, twee notariële getuigen, twee medisch deskundigen, de commissaris van politie en een vertegenwoordiger van de gemeentelijke overheid, aanwezig. Als relikwie werd het voorste deel van de vijfde en zesde rib aan de rechterkant losgemaakt en verwijderd en werd eveneens een deel van het middenrif weggenomen. Na de 3e opgraving werd het lichaam van Bernadette door de zusters gewassen en is het iets verkleurd. Daarom werd op het gezicht en de handen een fijn masker van was gelegd, volgens rechtstreekse afdrukken gemaakt.
Kapel Espace Bernadette Soubirous-Nevers.Officiële internet site:
http://www.sainte-bernadette-nevers.com
E-mail :
ebsn@wanadoo.fr
het prachtige reisverhaal van Hans Jager: "Mijn Bidweg naar Lourdes"
Klik hier voor de wonderbaarlijke genezing in Lourdes van
Gerrit de
Bont
U kunt hier een
gebedsintentie achterlaten in de
Grot van Massabielle
- Stichting Marypages - De stichting heeft ten doel:
het instand houden, onderhouden en uitbreiden van de Internet homepage
“Marypages” om het Rooms-Katholieke geloof te promoten, waarbij de
nadruk ligt op de Maria-devotie. Resterende verkrijgingen en baten
zullen ten goede komen van goede doelen op Rooms-Katholieke grondslag. Ingeschreven Kamer van Koophandel Flevoland, onder nummer:
39100629
Donateur 4x de nieuwsbrief van de
Stichting Marypages 1 wonderdadige
medaille met uitvoerige beschrijving Bij een donatie van minimaal € 50,-- krijgt u
bovendien 1 prachtige lichtblauwe rozenkrans uit Lourdes
toegestuurd.
Uw financiële hulp is essentieel voor het
voortbestaan van Marypages.
Dertien jaar later, in 1871
verschijnt de H. Maagd opnieuw;
U bent al donateur van de stichting voor minimaal
€ 20,- per jaar
U heeft dan recht op:
Als u een donatie wilt doen, klik dan alstublieft op de knop "online
doneren" hieronder.
deze keer in Pontmain (Frankrijk)
