|
Tre Fontane (Italië)
12 april 1947 De wonderlijke bekering van de communist Bruno Cornacchiola
"Ik haatte de kerk, tot
Maria mij riep"
Op 12 april 1947 was hij met zijn 3 kinderen een dagje naar buiten. Bruno had papier bij zich om aantekeningen te maken voor een rede tegen de Kerk, de paus en de H. maagd. Zijn kinderen speelden met een bal, die op een gegeven moment kwijt was. Hij zette de kleinste bij de ingang van de grot en ging meezoeken. Na verloop van tijd riep hij Gianfranco. Omdat hij geen antwoord kreeg, ging hij terug. Hij vond het kind in de grot op de knieën, terwijl hij bewegenloos omhoog keek. De twee andere kinderen begonnen hun broertje heen en weer te schudden, maar gelijk daarop vielen ook zij op de knieën en Bruno hoorde hen zeggen: "mooie vrouw, mooie vrouw". Hij greep Isola en schudde haar, wilde haar op de been zetten, maar het leek of zij tonnen woog. Bruno begon te huilen en om hulp te roepen; hij dacht dat zijn kinderen behekst waren. Dan zag hij twee witte doorzichtige handen. Ze gingen over zijn gezicht in een gebaar, als om hem iets van de ogen af te nemen. Tegelijkertijd voelde hij een diepe innerlijke smart en alles om hem heen werd donker. In deze duisternis ontwaarde hij een klein licht, dat snel groter werd. Dan zag hij in het midden daarvan een vrouwengestalte, buiten gewoon mooi: een groene mantel, wit kleed, een roserode band om het zwarte haar en blote voeten. Hij was verrukt, wilde iets zeggen, maar kon niet. De Vrouw sprak: "Ik ben degene, die zich binnen de Goddelijke Drieënheid bevindt. Ik ben de Maagd van de Openbaring. Je vervolgt Mij, maar nu is het genoeg!"
Zijn kinderen hadden alleen de Vrouw gezien en geen woord gehoord. Het visioen hield hem gevangen; hij wist dat er iets bijzonders gebeurd was, maar het lukte hem niet te geloven. Toch begon hij in de stad de Priesters aan te spreken met: "Pater, ik moet u spreken". Hij kreeg hierop de vreemdsoortigste antwoorden, maar niet wat Maria hem gezegd had. Dit duurde 16 dagen; toen besloot hij naar de kerk in zijn wij te gaan. Dit had hij vermeden, omdat hij daar bekend stond als een priesterhater. In de kerk verborg hij zich achter pilaren, totdat een priester vlak langs hem kwam. Toen fluisterde hij: "Pater, ik moet u spreken". Deze stond stil en antwoordde hoffelijk: "Avé Maria, mijn zoon, wat wil je?" Bij deze woorden werd hij diep getroffen en smartelijk antwoordde hij: "Geef mij weer leven ... dan is toch alles waar ... " De priester keek hem verwonderd aan en onderbrak hem: "Ziet u die priester daarbuiten? Ga naar hem, hij is voor uw geval de juiste". Het volgende jaar had Bruno verschijningen op 6 mei en 23 mei. Bij deze laatste was een priester aanwezig, die zeer onder de indruk kwam en geloofde. De Kerk stond nog afwijzend, maar door de grote toestroom van het volk en de genade-regen, die zo opzienbarend was, werd er een half jaar later een pelgrimstocht georganiseerd. Hier namen Priesters en zelfs Bisschoppen aan deel en wel 10.000 gelovigen. De Kerkelijke autoriteiten begonnen een onderzoek, ook naar de wonderbare genezingen.
Ik vertelde deze zeldzame geschiedenis aan mijn biechtvader en het leek ons absurd, omdat enkele bijzonderheden echt niet te verwezenlijken schenen. Zo bijv. de begrafenis van een zuster op het kerkhof van de Trappisten ... Maar álles ging letterlijk in vervulling. De kinderen moesten er weg om wat ik in Tre Fontane gezien had. De Overste werd aan lange verhoren onderworpen en is in een gekkenhuis gedaan. Daarna nog 8 maanden in een nazorghuis. Toen vast stond, dat zij naar lichaam en geest gezond was, werd zij weer naar het instituut teruggezonden. Enige weken later kreeg zij pijn in haar heup; het was een tumor en korte tijd later stierf zij. Toen was ik zeer benieuwd waar zij begraven zou worden. De zusters van het instituut hadden hun begraafplaats in Verano en de voorbereidingen werden daar getroffen. De uitvaart was teneinde en de begrafenisstoet ging op weg. Toen kwam er een auto met het kenteken van het Vaticaan. Een Monseigneur maakte een handgebaar, de stoet stond stil. Hij stapte uit, sprak met de Generale Overste en de Pastoor, toonde kaarten. De pastoor sprak met de koetsier van de lijkwagen; deze keerde de paarden en men ging naar het Trappisten- klooster. Op dat kerkhof werd zij begraven. En zij is daar nog!
Vanzelfsprekend heeft Bruno zich bekeerd en werd een apostel van Maria. Hij stichtte een regligieuze vereniging. Hij heeft zijn belevenissen overal ter wereld verteld, ± 7.000 toespraken gehouden. Terwijl hij eens over zijn leven nadacht, hij was toen 67 jaar oud, werd hij zich bewust van het verlangen zich meer aan de beschouwing en het gebed te gaan wijden. Hij sprak hierover met zijn biechtvader, die het zeer goed vond. Op 7 november 1979 was hij te Tre Fontane om de Madonna hiervoor te bedanken Zij verscheem aan hem, terwijl hij de Rozenkrans bad. Zoals altijd ondervond hij een overgrote vreugde. Maria sprak met hem over de bekering van de zondaars en de geestelijke situatie van de mensen.
Tot op heden heeft Rome over de echtheid van de verschijningen te Tre Fontane
nog geen definitieve beslissing genomen; niet negatief en niet positief.
|