|
Maria Tenhemelopneming
15 augustus
In
de bijbel wordt over de dood van Maria met geen woord gerept.
Maar
er zijn ook nog de apocriefe boeken. Katholieken noemen deze de "deutero-kanonieke
boeken". Er komen met betrekking tot het leven van Maria veel meer bijzonderheden
in voor dan het in de bijbel opgenomen Nieuwe Testament.
Joodse
rabbijnen hebben omstreeks het jaar 100 een lijst samengesteld van de Heilige
Schriften. Alleen de op die lijst voorkomende schriften zagen ze als goddelijk.
Ze waren "kanon" de richtsnoer voor het geloof. Maria is 59 jaar oud geworden. De apostel Johannes werd, toen hij te Efese het heiligdom binnenging, aangesproken door Heilige Geest, die hem mededeelde, dat Maria stervende was en verzocht hem naar Bethlehem te gaan, waar Maria woonde. Tijdens de laatste uren van Maria gebeurden er veel wonderen, aldus de apostel Johannes: blinden ziende, doven horende, kreupelen wandelende, melaatsen gereinigd en door onreine geesten bezetenen genezen. Een ieder, die onder ziekte en zwakte gebukt ging en de buitenkant van de muur van het huis, waarin Maria lag, aanraakte en daarbij riep: "Heilige Maria, die heeft voortgebracht Christus onze God, erbarm u over ons!" werd meteen genezen. Haar huis stond dus in Bethlehem. Zij is gestorven in haar woning te Bethlehem, maar niet begraven in Gethsémané en ook niet is Efese, zoals sommigen beweren.
Maria is met ziel en lichaam ten hemel opgenomen als Moeder van Gods Zoon,
die in haar zondeloos lichaam het vlees had aangenomen. Omdat zij de erfzonde
niet kende, was het passend dat Maria de gevolgen van de erfzonde niet moest
ondergaan, onder andere de pijnlijke scheiding van ziel en lichaam bij de dood
en de daaropvolgende ontbinding van het lichaam. Haar stoffelijk lichaam heeft
de ontbinding niet gekend, evenmin als het lichaam van haar goddelijke Zoon. Bij
haar “inslapen”, zoals de oosterse Kerk het noemt, werd haar stoffelijk lichaam
ogenblikkelijk omgevormd in het verheerlijkte verrijzenislichaam, dat sindsdien
door zovele zieners vooral de voorbije 150 jaar, werd gezien tijdens haar
verschijningen.
Maria heeft de lichamelijke dood met al haar leed niet ondergaan, wel is zij
onder het kruis in haar hart gestorven met haar Zoon, als medeverlosseres.
Een historisch bewijs voor het mysterie van haar tenhemelopneming is wel het
feit dat er nooit sprake is geweest van een graf waarin haar lichaam begraven
zou zijn geweest.
De nieuwe Adam, Christus, en de nieuwe Eva, Maria, hebben door hun offer aan de
mensheid de schoonheid en gaafheid van het lichaam teruggeschonken, dat
tengevolge van de zondeval van de eerste Adam en Eva, moest sterven en
ontbinden.
|