|
Onze-Lieve-Vrouw van Matara
Sri Lanka
Het veelvereerde beeld
van Onze-Lieve-Vrouw van Matara in Sri Lanka, dat op Tweede Kerstdag 2004 in de alles
verwoestende vloedgolf werd meegesleurd, is teruggevonden.
Volgens pastoor Charles Hewawasamhe zijn de katholieken van het bedevaartsoord
Matara ervan overtuigd dat het beeld hen voor nog groter onheil heeft behoed.
Zij meenden dat de eerste vloedgolf alleen een waarschuwing was. Daarna duurde
het volgens hen dankzij het Mariabeeld nog tien tot vijftien minuten voor de
tweede, veel gevaarlijkere golf, opdook.
De eerste golf stootte het Mariabeeld van zijn plek in de kerk. Uiteindelijk
kwam het vereerde object in een tuin terecht. Ondertussen hadden de meeste
dorpsbewoners al een veilig onderkomen gevonden. Van de tweehonderd parochianen
van Matara lieten er "slechts" 18 het leven. Een jongen van twaalf jaar zag nog
hoe het beeld door de golven richting Indische Oceaan werd meegesleurd. Enkele
dagen later werd het in de achtertuin van een boeddhist teruggevonden. De man
gaf het beeld prompt aan de kerk terug.
In 1907 werd het beeld, verpakt in een houten krat, door vissers uit Sri Lanka
uit de zee opgevist. Het beeld bleek niet door zeewater aangetast. Tot op
vandaag blijft het onduidelijk waar het precies vandaan kwam, al staat vast dat
het in België werd gemaakt. Toen het later na restauratie in België opnieuw naar
Sri Lanka terugkeerde, zonk de boot waarmee het werd verscheept. Twee weken
later dook het beeld op een andere boot op, te midden van vracht die per
vergissing aan boord was gehesen.
Ieder jaar wordt op 8 september - telkens door meer dan tweeduizend gelovigen -
de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw van Matara gevierd. De recente gebeurtenissen
hebben het geloof in de wonderbaarlijke kracht van het Mariabeeld alleen maar
versterkt. Toen het door de golven werd meegesleurd, verloor het wel zijn
juwelen, maar niet zijn kroontje. Het liep ook nauwelijks schade op.
Artikel met toestemming overgenomen uit "Katholiek
Nederland" van 11 januari 2005.
|