Onze Lieve Vrouw van Knock

|
De verschijning te Cnoc Mhuire (Knock) |
In de reeks apocalyptische Mariaverschijningen neemt die van een heel opmerkelijke plaats in. Evenals bij de verschijning van Maria die 8 jaar daarvoor in Pontmain (Frankrijk) plaatsvond, werd er door de verschijning geen woord gesproken. Het dorpje Knock ligt in het Graafschap Mayo in het westen van Ierland. De verschijning vond plaats in een tijd van grote armoede en ellende voor het Ierse volk dat voor het behoud van het katholieke geloof zware beproevingen heeft moeten doorstaan. Verscheidene hongersnoden en economische ontwrichtingen, veroorzaakt bij gedwongen uitzettingen, bracht een andere vloedgolf van Ierse immigratie teweeg. Het was in deze omgeving, dat Jezus opnieuw Zijn Moeder stuurde om Zijn onderdrukte kinderen te bezoeken.
De verschijning vond plaats op de avond van de 2lste augustus 1879, de
vooravond dus van de dag, waarop later het feest zou worden gevierd van het
Onbevlekt Hart van Maria. Het dorpje -eigenlijk niet meer dan een gehucht- ligt
vrijwel verlaten in de regenvlagen die met sterke westelijke winden vanaf de
oceaan het land binnendrijven. Op korte afstand van de dorpskerk en oostelijk
van de landweg waaraan de kerk ligt, woonde in een armoedige boerenwoning de
familie Beirne, een weduwe met opgroeiende kinderen. Aan de andere zijde
van de kerk lag het huisje van de
zeereerw. Heer Cavanagh, pastoor van Knock.
Tegen zeven uur die avond ging de 15-jarige Margaret Beirne naar de dorpskerk om deze voor de nacht te sluiten. Na de kerk op slot te hebben gedaan, bemerkte zij wel aan de achterzijde van de kerk een tamelijk helle lichtglans, maar zij schonk daaraan verder geen aandacht en keerde door de regen rechtstreeks naar huis terug. Kort daarop ging de huishoudster van de pastoor, Miss Mary Mc.Laughlin, naar de familie Beirne om daar een kort bezoek te brengen. Op enige afstand gekomen van de achterzijde van de kerk, zag zij daar tot haar grote verrassing, naar zij dacht, drie grote beelden in de regen staan en wel van de H. Maagd, de H. Jozef en van een of andere bisschop. Zij vond het wel vreemd, dat de pastoor haar niets van de aankoop van deze beelden had verteld en vroeg zich af, waarom hij die beelden zo maar in de regen had laten staan.
Het bezoek van Mary Mc.Laughlin aan do familie Beirne duurde niet lang. Het zal zowat half acht geweest zijn, toen zij naar de pastorie terugging. Een andere dochter van de familie Beirne, Mary, bracht haar naar buis. Toen zij weer langs de achterzijde van de kerk kwamen, zei Mary plotseling: “0, kijk eens, wat een beelden! Waarom heb je ons niet verteld, dat mijnheer pastoor nieuwe beelden voor de kerk gekocht heeft?” De huishoudster gaf toe, dat zij daarvan ook niets afwist. Naderbijgekomen riep Mary echter uit: “Maar kijk eens, het zijn geen beelden. Ze bewegen Dat is de heilige Maagd Maria!” De huishoudster bleef staan, doch Mary Beirne liep snel naar huis terug om de familie over het gebeuren in te lichten. Met veel moeite kreeg zij haar moeder en haar 20-jarige broer Dominic zover, dat zij mee gingen. Deze laatste ging, bij het zien van de verschijning, direct zelf weer buren en bekenden waarschuwen. Op deze manier werd het visioen door in totaal 15 personen waargenomen.
Wat zij zagen? Tegen een achtergrond van licht zweefde de H. Maagd Maria. Zij
was in het wit gekleed en droeg daaroverheen een witte mantel. Op haar hoofd
droeg zij een rijkversierde gouden kroon, met kostbare edelstenen versierd. Haar
beide handen hield zij met een smekend gebaar omhoog geheven, zoals de priester
dit doet tijdens de
H. Mis. Haar ogen waren op de Hemel gericht. Zij droeg geen schoeisel. Rechts
van haar stond de heilige Jozef. Ook hij was het wit gekleed. Zijn hoofd hield
hij vol eerbied gewend naar de heilige Maagd; zijn handen waren gevouwen, alsof
hij aan het bidden was. Aan de linkerzijde van de H. Maagd stond een
eerbiedwaardige figuur in Bisschoppelijk gewaad. Op het hoofd droeg hij een
soort mijter. In de linkerhand hield hij een opengeslagen boek en het was, alsof
hij daaruit een preek hield. Men meende, dat het de Apostel Johannes was.
Aan de linkerzijde van deze drie hemelse figuren was in het helle licht een eenvoudig altaar zichtbaar. Daarop stond een Lam en achter het Lam stond een groot kruis. Het Lam keek naar Maria en naar de ooggetuigen van deze verschijning. Rondom het altaar zag men in lichtstralen sterren en zwevende engelfiguren, maar alleen hun vleugels waren in het schitterende licht duidelijk zichtbaar. Vol eerbied stonden of knielden de aanwezigen bij dit hemelse visioen. Een jongetje van 14 jaar, Patrick Hill, liep zelfs achter de verschijningen om, teneinde te zien wat er in het geopende boek stond, dat de Apostel Joannes bij zich had. Opvallend is ook, dat tijdens de gehele duur van de verschijning de plaats, waar de hemelse figuren zich ophielden droog bleef, terwijl de ooggetuigen doornat werden van de regen, die gestaag neerviel. Het visioen duurde tot ná 9 uur ‘s avonds; daarop verdween het in het donker van de nacht. De ooggetuige, die zich het verst van de plaats der verschijning verwijderd bevond, was de pachter Walsh uit het nahurige dorp Ballenderig. Toen hij op de bewuste avond, tom ongeveer 9 uur ‘s avonds buiten kwam, zag hij in de verte tegen de achtergevel van de kerk van Knock een onvoorstelbaar heldere lichtglans. Eerst de dag daarop, toen hij daarnaar navraag deed, vernam hij de oorzaak van deze lichtschijn.
Het aartsbisdom Tuam (het diocees waartoe Knock behoort), stelde in overleg
met de pastoor een commissie van onderzoek in. Deze stelde nauwkeurig de
verklaringen van alle getuigen te boek. Het resultaat van dit onderzoek was
gunstig en door vele wonderbare genezingen werd voorts de echtheid van het
gebeuren nog nader bevestigd.
Van alle zijden stroomden uit Ierland - en later ook van daarbuiten - gelovigen
naar het eenvoudige dorpje. Men sprak al gauw van het “Lourdes van Mayo”. In
1936 werd door de toenmalige aartsbisschop van Tuam een nieuwe
onderzoekscommissie gevormd. Zij kreeg de opdracht, de gebeurtenissen nogmaals
te onderzoeken. De stukken, op dit onderzoek betrekking hebbende, werden in 1939
naar Rome gezonden. Het gelovige volk van Ierland had toen echter reeds
gedurende tientallen jaren ten gunste van de echtheid van de verschijning
beslist. Maria, verschenen te Knock, wordt aldaar als Koningin van Ierland
vereerd.
In het
Mariajaar 1954 werd, onder het pontificaat van paus Pius XII, de
beeltenis van Maria te Knock in aanwezigheid van tienduizenden pelgrims
plechtig gekroond. De kroon, een geschenk van het Ierse volk aan Maria, was
een copie van die, waarmee in Rome de beeltenis van Maria, Salus populi Romani,
gekroond werd. Knock is sindsdien het nationale Maria-heiligdom van
Ierland.
Knock was anders dan andere erkende verschijningen op
verschillende wijzen. Het eerste verschil is het aantal gestalten in de
verschijning. Gewoonlijk verschijnt alleen Maria. Het tweede verschil is het
gebrek aan een gesproken boodschap. In alle andere verschijningen, verschijnt Maria
nl. met een boodschap of een waarschuwing. Een ander verschil is het
grote aantal mensen, dat de verschijning heeft gezien. Verschijningen gebeuren
meestal aan niet meer dan 5 personen. Ten slotte, de verschijning was
erg kort. Het gebeurde maar één keer, gedurende een kleine 3 uur.
Verschijningen gebeuren over het algemeen meermalen binnen een bepaald tijdsbestek. Dit verschil heeft geleid
tot de onzekerheid dat de gebeurtenissen in Knock ooit hebben plaats gevonden.
Na een tijd echter, won Knock geleidelijk officiële ondersteuning van de Kerk, wat resulteerde in een pelgrimstocht van Paus Johannes Paulus II op 30 september 1979 naar Knock ter ere van de 100-ste verjaardag van deze verschijning. Meer dan een half miljoen pelgrims waren aanwezig om de Paus te verwelkomen. Op diezelfde zelfde dag werden de verschijningen in Knock door het Vaticaan goedgekeurd. Deze Pauselijke goedkeuring verspreidde zich uiteraard heel snel. Moeder Teresa van Calcutta bezocht het Heiligdom in juni 1993.
Bij duizenden kwamen de
pelgrims; gezonden en zieken. Een groot aantal wonderbaarlijke genezingen zijn gemeld.
Diegenen die genezen werden, lieten hun krukken en wandelstokken achter op
de plaats en vele van deze hulpmiddelen zijn aan de muur bevestigd.
Pelgrims haalden in 1879 en in 1880 stukjes pleister en cement van de muur van de verschijning
als
souvenir. Op de plaats van de verschijning werd in de herfst van 1880 een beeld
opgericht van Onze Lieve
Vrouw van Knock.
Knock is nu een bedevaartplaats, die jaarlijks
anderhalf miljoen bezoekers trekt.
Deze zegen op Ierland was blijkbaar verwacht vanwege de constante
standvastige toewijding aan Maria op dit eiland. Ook de H. Jozef werd geëerd en
de H. Johannes en het Ierse volk wisten beide wat liefde was.
Knock is een teken van deze liefde. Het Ierse volk heeft altijd begrepen,
dat er is niets goddelijk is aan Onze Lieve Vrouw; ze is niet God. Maria is
een menselijk iemand, een zuster van de mensheid, maar ook een moeder.
Ze is evenwel de moeder van Jezus Christus, die is
zowel goddelijk als menselijk. Daarom is zij de moeder van God. Zelf heeft ze
geen macht, maar ze is en blijft altijd de moeder van de machtigste persoon
dat ooit op de aarde is geweest. Ze is in de Hemel
opgenomen om met haar zoon te zijn. Soms komt ze terug naar de aarde om een
hemelse boodschap te brengen, gestuurd door haar Zoon en ze verschijnt dan voor
mensen. Ze brengt geen nieuwe berichten wanneer ze spreekt, niets dat is niet
beschreven in de bijbelse leer van Jezus. Ze vertegenwoordigt Hem aan ons en ze
vraagt ons om berouw te tonen voor onze zonde en ons tot God te wenden.
Bij Haar verschijning in La Salette 1846 vraagt Zij "bekering, gebed en boete". Maria wijst op de
genaderijkdom van het rozenkransgebed en zij vraagt en smeekt:
"laat u verzoenen met God".
Miraculeuze Gebeurtenissen
Tien dagen na de eerste verschijning,
vond de eerste genezing plaats. Een jong
meisje, dat doof geboren was, kreeg onmiddellijk haar gehoor terug. De
parochiepriester had eind 1880 ongeveer 300 genezingen, ogenschijnlijk miraculeus,
in zijn dagboek
vastgelegd. Eén van de pelgrims, die spoedig na de eerste verschijning was
genezen, lag vele jaren later een getuigenis af van wat hij had gezien “zoveel als een half dozijn pelgrims
gelijktijdig hun genezing ondergingen of verlichting van hun kwalen kregen en in een visioen
zag ik de lammen lopen - inclusief mijzelf - de blinden zien, de verschrompelde huiden
meer spankracht krijgen.”
Moge Maria, moeder van de Heer, vrouw van het Magnificat, die zichzelf identificeerde met de armen van deze wereld, ons de kracht geven de Almachtige aan te roepen en onszelf als zodanig in de dienst van haar Zoon en Zijn Koninkrijk van rechtvaardigheid, vrede en liefde, te plaatsen. Mogen wij altijd bidden:
Heer, open mijn ogen zo dat ik zal zien. Geef mij de
kracht, zodat ik kan handelen
|
Gebed aan Onze Lieve Vrouw van Knock
Onze Lieve Vrouw van Knock, Koningin van Ierland, |
|
De stichting heeft ten doel: het instand houden, onderhouden en uitbreiden van de Internet homepage “Marypages” om het Rooms-Katholieke geloof te promoten, waarbij de nadruk ligt op de Maria-devotie. Resterende verkrijgingen en baten zullen ten goede komen van goede doelen op Rooms-Katholieke grondslag. Ingeschreven Kamer van Koophandel Flevoland, onder nummer: 39100629
Donateur
Bij een donatie van minimaal € 50,-- krijgt u bovendien 1 prachtige lichtblauwe rozenkrans uit Lourdes toegestuurd.
Uw financiële hulp is essentieel voor het
voortbestaan van Marypages. |
Achtendertig jaar later, in 1917, verschijnt de H. Maagd opnieuw;
deze keer in Fatima
(Portugal)
