|
Heroldsbach
1949 - 1952
De verschijningen in
Heroldsbach (Bondsrepubliek Duitsland) vonden plaats tussen 9 oktober 1949 en 31
oktober 1952. Zeven
Deze verschijningen kenmerken zich door een grote intimiteit; de kinderen omhelzen de H. Maagd, mogen haar kleed, handen, haren en kroon aanraken en krijgen het kindje Jezus in hun armen. Van één van hun begeleiders moeten zij vragen, waarom dit gebeurt. De H. Maagd antwoordt: 'Jullie moeten het kindje Jezus, de Moeder Gods en ook de heiligen altijd vast in de ogen kijken, opdat je geen vreugde zoudt hebben aan onkuise blikken ... eenmaal komt alles aan het licht, de goede en het kwade. Jullie mogen hen aanraken, opdat jullie handen geen onkuisheid zouden doen!" Prof. Walz, die de kinderen steeds terplaatse volgde en alles heeft opgeschreven tot 4 juli 1951, de dag waarop hem door zijn Bisschop verboden werd nog langer de Berg op te gaan, schrijft n.a.v. dit antwoord: "Wij knielden enkele ogenblikken diep ontsteld op de grond, want hieruit blijkt, dat Heroldsbach steeds meer een boodschap is tot een rein en kuis leven. Bij de eerste verschijning zien de kinderen drie letters in
een groene schijn: J S H. Kort daarop zien zij een
witte gestalte boven het bos en de kleine Maria Heilmann zegt: "De Moeder Gods";
de anderen denken dit in hun hart. Ook de volgende dag zien ze Haar weer en de
derde dag heeft Zij een klein kindje in de armen. Voor de pastoor, die door de
kinderen goed op de hoogte wordt gehouden, is dit het teken van echtheid, want
de kinderen konden niet weten, dat de kerk die dag het Moederschap van Maria
vierde. Ook aan deze pastoor Gailor wordt het op een gegeven moment verboden,
nog langer de Berg op te gaan en tenslotte wordt hij in een andere parochie
geplaatst. Voor zijn dood sprak hij de woorden: "Zou ik niet aan het
Biechtgeheim gebonden zijn, dan zou Heroldsbach reeds lang erkend zijn". Het nieuws
van de verschijningen trok in dit "Muttergottesland" dat Beieren is, zeer vele
gelovigen.
Die dag had men met grote moeite de
processie ingezet, omdat de mensen teveel moesten letten op modder en plassen.
Het was een heel donkere dag. Plotseling brak het wolkendek open en de zon kwam
langzaam en rustig naar voren, het werd zeer warm. Opeens waren de mensen in een
hel licht gehuld en keken verrast omhoog. Vanuit de zon gingen gouden stralen
naar alle kanten, ze was als een monstrans. De stralen werden alsmaar groter,
dan ging de zon draaien, eerst naar rechts, dan naar links en in een steeds
sneller tempo. Er kwamen prachtige stralen uit, een nooit geziene kleurenpracht
werkte lieflijk op de menigte en op het landschap. Men huilde, trachtte te
bidden en er werd geroepen: "Dit is het teken! God zij dank! Nu moet iedereen
geloven!" De kinderen zagen de Moeder Gods met het kindje Jezus; ook
sommige volwassenen zagen de Moeder Gods en vielen biddend op de knieën. Voor de
anderen ging het overheerlijke kleurenspel verder. Honderden en honderden mensen
maakten verschillende waarnemingen in de zon, zoals de letters:
A M en tekens. Dan trad er een nieuwe fase in en
alles kwam in een rode gloed; de zon zag eruit alsof ze elk moment kon
ontploffen. Ze vibreerde, wentelde en wankelde; men zag er een stroom van
springbronnen uitkomen. Verschrikte kreten werden gehoord. De zon maakte zich
los van het firmament en kwam met een ongelooflijke snelheid op de menigte toe.
Men vreesde een natuurramp. De mensen schreeuwden van angst: "Moeder Gods help
ons". Velen dachten dat dit het einde van de wereld was. Dan bleef de zon op ±
50 meter afstand staan. De mensen werden stiller. Men kon in de zon kijken, die
een grote diepe trechter vertoonde, waarin men kon kijken. In deze wonderbare
diepte was alles hel en klaar, mooier dan de schoonste azuurblauwe hemel; alleen
de rand was nog rood. Veel volwassenen en kinderen zagen opnieuw de Hemelse Koningin met een krans van sterren getooid. Eindelijk snelde de zon weer omhoog en nam haar normale plaats aan de hemel weer in. De mensen stonden op, omhelsden elkaar en wensten elkaar geluk met deze grote belevenis. Allen geloofden nu in de verschijningen en langzaam keerde de rust weer. Maar dan klonk opnieuw een kreet: "de zon! de zon!" En het zonnewonder herhaalde zich, precies zoals de eerste keer. men was nu minder angstig. Daarna zag men boven het berkenbos nog een heldere wandelende ster en later nog een kleine wonderbare gouden ster, die recht op de zon afging. Het lied: "Grote God wij loven U" werd ingezet en met ontroering en vurige overtuiging gezongen. Tot Gretel en Erika zei de Moeder Gods: "Dit heb Ik gedaan, omdat er nog zoveel ongelovigen onder de mensen zijn". En tot Antonie; "Het verheugt Mij, dat de mensen hier elke dag komen om de Rozenkrans te bidden. Ze moeten ermee doorgaan, want het is nog niet genoeg!" Op 2 februari 1950 waren er naar schatting 70.000 mensen. Die dag draaide de zon ook even en de mensen verwachtten een herhaling van het zonnewonder. Maar de zon verwisselde alleen driemaal van kleur: groen, blauw en rood. Er kwam een lichtkogel van het berkenbos naar de Berg. Daarna stegen vanaf de plaats der verschijningen goudgele kogels loodrecht ten hemel, die door alle aanwezigen werden gezien. En plots realiseerden zij zich, dat zij allen in een bovenmatig hel licht gehuld waren. Dit kwam vanaf de grond, een heerlijk schone gouden glans, zo sterk en dicht, dat zij nog nauwelijks hun voeten konden zien. Heel de heilige Berg was een grote reuzezon geworden. Als op die dag de avond
valt en de bezoekers zijn weggetrokken, zijn er nog een paar honderd biddende
pelgrims aanwezig en ook Antonie, Gretel, Kuni en Erika, die teruggekomen Op 6 februari 1950 neemt de H. Maagd de rozenkrans van een van de kinderen, wikkelt die om Haar eigen handen en heft zo Haar handen biddend omhoog. De aanwezigen zien de rozenkrans in de lucht zweven. Ook te Heroldsbach spoort de H. maagd herhaaldelijk aan tot het rozenkransgebed. Op 8 februari 1950
voert Zij de kinderen behoedzaam naar het vreselijk visioen van de hel. Nadat
Zij de rozenkransen gezegend heeft, Zichzelf door de kinderen heeft laten
aanraken, de kinderen speciaal gezegend heeft en het visioen tweemaal heeft
aangekondigd, draait Zij zich om en spreidt de armen uit, als om de kinderen te
beschermen. De kinderen zien dan een grote vlammenzee boven het berkenbos,
waarin duivels machtige sprongen maken. Andere duivels suizen door de
vlammenzee. Zij zien ook mensen met gezichten van dieren in de vlammenzee
rondwentelen. De kinderen zijn met ontzetting geslagen. Maria Heilmann draaide
zich om en riep: "dat kan ik niet langer aanzien". Gretel smeekte: "Lieve Moeder
Gods, doe dat weg, ik kan het niet meer aanzien!" De anderen zagen het ongeveer
een minuut. Toen strekte de H. Maagd de handen uit en verdween het vuur. Tot de
kinderen sprak Zij ernstig: Op 9 februari 1950 mogen de kindeen een blik in de hemel werpen. Ook dit kondigt de H. Maagd verschillende keren aan. Kuni zegt dan: "ik ben blij, dat ik in de hemel mag kijken!"De H. maagd antwoordt: "In de hemel is het veel mooier dan op aarde!" Terwijl de litanie van de H. maagd wordt gebeden, schuiven de wolken uiteen en zien de kinderen de hemel opengaan. De kinderen zien een troon, de Moeder Gods gaat daarop zitten naast de Allerheiligste Drieëenheid en heeft een scepter in de hand. De kinderen zijn vol verbazing en verrukking. Jezus staat op en gaat aan Maria voorbij. De H. Maagd geeft de zegen. kijkt naar beneden en zegt: "Geloofd zij Jezus Christus". Het visoen verdwijnt. Op 22, 23 en 24 februari 1950 bidden de kinderen verschillende uren op de H. Berg, maar er gebeurt niets. Zij gaan wenend naar huis. Op 24 februari 1950 komt het verbod van de Bisschop voor alle priesters om op deze plaats godsdienstoefeningen te leiden. De lijdenstijd breekt aan. Het biddende volk verlangt naar de priesters. Zij worden zich dit verlies diep bewust, worden vurige bezoekers van de H. Mis en ontvangen dagelijks de H. Communie.
Op 25 februari 1950 begint dan een
reeks eucharistische visoenen zonder weerga. Vanaf deze dag ontvangen zij vele
malen de mystieke communie, uit de hand van de "Kelk-Engel". De aanwezigen zien
niets, maar getuigden dat de kinderen in deze ogenblikken zelf als engelen
schenen te zijn. Op 15 en 16 mei 1950 heeft het RUSSENVISOEN plaats. De kinderen zien boven het berkenbos een oorlogstafereel, waarbij vele soldaten bloedend neervallen. De strijd komt dichterbij en nadert een dorp. De kinderen herkennen hierin met ontzetting hun eigen dorp Heroldsbach. Maar over het dorp verschijnt plots de Moeder Gods en hult het helemaal in Haar mantel. Maria zegt: "Zo zal het er eens bij jullie uitzien". Ook zegt Zij: "Mensen, mensen, bid toch!" De volgende dag zien zij hoe sommige soldaten in waterplassen staan, die zich rood kleuren. Ook nu gaan zij hún dorp binnen, sleuren mannen, vrouwen en kinderen uit de huizen en steken ze onbarmhartig neer. Later zien zij nog de kerk en de huizen brandend ineenstorten. Hier toont de Moeder Gods, waarvoor Zij in Fatima heeft gewaarschuwd. Met betrekking tot dit grote gevaar leerde de H. Maagd te Heroldsbach het volgende gebedje:
Op 17 mei 1950 zegt het Kindje Jezus in
de avond nog: "...draag kruisjes en medailles, ook als de Russen komen. Als
jullie de pantsers van ver hoort, verstop u! ALS U NIET
VURIG
BIDT, ZULLEN DE RUSSEN KOMEN EN U VERSLAAN".
Buiten bekende Heiligen, zoals Pius X,
de kleine Trees, Broeder Klaus, Aloysius, Maria Goretti, Antonius van Padua en
Kreszenzia van Kaufbeuren verschenen ook nog onbekende heiligen aan de kinderen,
zoals de in China gemartelde pater Schabrksch en het meisje dat door hem gedoopt
werd met de namen Salice-Josepha. Pater Schabrksch is een van de missionarissen
van Steyl en vertelt dat er nog andere paters vermoord zijn. Ook geeft hij
antwoord op de vraag van de kinderen, welk het grootste feest in de hemel is,
nl. het feest van de Heilige Drievuldigheid. En van Maria""Maria-Boodschap". Ook
verschijnt op de hemelweide, buiten de H. Hubertus, Rebemus en de H. Wido, de in
1943 te Brandenburg terechtgestelde
Jezuïtenpater Frans Xaver Reinisch uit Innsbruck. Door een mevrouw was er naar
hem gevraagd, maar dit werd niet aan de kinderen doorgegeven. Op 2 oktober 1951 zien de kinderen boven het bos in een lichtstraal het kruis zweven. Het lichaam van Jezus bloedde uit alle wonden. Uit wond in de zij kwam een lichtstraal. Engelen vingen het bloed uit de zijwond en de handen op in een kelk. Het bloed uit de wonden aan de voeten stroomde het vagevuur in en bracht verkwikking aan de arme zielen. Boven Jezus zweefde de Heilige geest in de vorm van een duif. Al zwevend maakte de duif, tot driemaal toe, het kruisteken en gaf daarmee de zegen. Op dinsdag 17 april 1952 's avonds half acht, ziet Kuni boven het berkenbos vijf engelen met ieder een zwaard en een fakkel in de hand. Op de vraag wat dit betekent, zeggen de engelen: "Dit betekent een zware geestelijke strijd". Maria Heilmann ziet een engel met wondermooie rozen en hij zegt tot haar: "Zoals deze rozen opbloeien, zo moet het gebed van de mensen opbloeien".
Op 31 oktober 1952 is de afscheidsverschijning. De H. Maagd drukt de kinderen
op het hart: Pastoor Gailor stierf op 30 augustus 1959 en zoals destijds Johannes Franciscus Regis door de parochianen van La Louvecs in zijn doodskist, door de mensen naar deze parochie werd teruggebracht, zo ook deze trouwe pastoor. Hij bleef in open kist opgebaard; alle parochianen defileerden ingetogen aan hem voorbij. Zijn begrafenis leek een triomftocht. En iedere pelgrim die Heroldsbach bezoekt, brengt ook een bezoek aan zijn graf op het kerkhof aldaar.
Tenslotte de Eerwaarde Heer Dr. J.B. Walz, professor aan drie Beierse universiteiten, die een drieledig werk van 993 bladzijden over Heroldsbach schreef en nog vijf brochures, onder het leimotief: "Wij kunnen onmogelijk zwijgen over hetgeen wij gezien en gehoord hebben!" Op het eind van zijn leven kon hij schriftelijk getuigen: "Van mij uit werd alles gedaan wat mogelijk was." Op 13 mei 1966 kwam Maria hem hier openlijk Haar erkentelijkheid voor betuigen, door hem mee te nemen naar de "werkelijkheid" van het hemelvisoen, dat hij naar de getuigenis van de kinderen trouw gerapporteerd had. Het eerherstellend dag- en nachtgebed is sedert 17 februari 1950 tot op heden, nooit meer onderbroken.
De verschijningen zijn niet goedgekeurd door de Heilige Stoel in Rome.
Visitors:
|