|
Heilige Pater Karel Houben

(1821-1893)
Ook bekend als:
Pater Karel van Sint Andries; Father Charles of Mount Argus; Carolus a Sancto
Andrea
Feestdag: 5 januari
Ik maak nu weer een uitzondering. Nu ga ik
over een bedevaartplaats schrijven, die niet aan Maria is toegewijd maar aan de
eerste geboren Limburger, die heiligverklaard is. We gaan daarvoor naar het Zuid-Limburgse
dorpje Munster-Geleen. Op een mooie zondagmiddag zijn wij, mijn
vrouw en ik, aan het wandelen boven op Wintraak. Na een mooie tocht van zo'n 2
uur hebben we ons getrakteerd op een lekker ijsje bij de in Wintraak gelegen
ijsboerderij. We stappen weer in de auto en rijden over
het smalle weggetje de berg af Munster-Geleen in, om een stop te maken bij het
geboortehuis van de Heilige pater Karel. Dit doen we vaker als we daar in de
buurt zijn.
We staan voor een oude molen, gebouwd in
vakwerkstijl. Rechts ligt het woonhuis, links is de schuur die omgebouwd is als
kapel. Tussen het woonhuis en de schuur staat een beeld van pater Karel. Tegen
de muur van de kapel hangt een groot kruisbeeld. We gaan de kapel binnen en
komen in een grote ruimte en zien voor ons een groot altaar, waar bovenop een
groot Mariabeeld staat. De kapel is ook aan Maria gewijd, omdat toen deze
ingericht werd, hij niet naar iemand gewijd mocht worden, die niet heilig was.
In die tijd was pater Karel nog Zalig. Aan de rechterkant staat een beeldje van
pater Karel met een relikwie van hem. Er branden vele kaarsjes en kaarsen bij
zijn beeldje. Boven zijn beeldje staan op een plankje veel foto’s van mensen,
voor wie om gebed wordt gevraagd. We gaan, nadat we ook een kaars hebben
aangestoken, in de bank zitten om zelf even tot pater Karel te bidden.
In de stilte van de kapel komen we even op rust. We zijn niet de enigen hier;
er zitten nog een echtpaar en wat oudere dames.
De rust is er weergekeerd na de feestelijkheden rond de heiligverklaring van deze
grote Heilige.
Nu we hier zitten wil ik iets vertellen over pater Karel. Wie was hij en wat
heeft hij gedaan waardoor hij heilig werd verklaard?
We gaan om te beginnen terug naar begin 1800. In Munster-Geleen langs de Geleenbeek staan een paar molens. In een van deze
molens wonen Peter en Johanna Houben. Op 11 december 1821 werd Johannes Andreas
geboren. In zijn kerkboek schreef vader Peter:
" Den 11 dez, in het Jahr 1821 ist Johannes Andreas Houben Mensch geworden. Gott
Lof und Dank."
Hij is dezelfde dag nog gedoopt. Hij kreeg zijn eerste lessen in het geloof van
zijn ouders. Zij leerden hem bidden en leven naar de leer van God.
Van de jeugdjaren van Drieske van de molen, zoals Andreas werd genoemd, weten
we maar weinig. Van getuigen uit die tijd weten we dat hij een beleefde,
vriendelijke en vrome jongen was. Hij leefde een beetje teruggetrokken en maakte
een verlegen indruk. Hij was een gewone Limburgse jongen en men kon niets vreemds
in hem ontdekken, alleen dat hij erg vroom was. Na de dorpsschool te hebben doorlopen, ging hij naar het nabijgelegen Sittard om
daar te gaan studeren op het college. Behalve zijn vroomheid viel ook zijn
doorzettingsvermogen op. Langzaam kwam bij hem het besef, dat hij priester wilde
worden. Omdat hij niet zo'n goede student was en hij hard moest studeren, had hij
een zware tijd en zat hij vaak in de kerk in aanbidding voor het Allerheiligste.
Hij vroeg om de kracht de studie te kunnen afmaken en priester te kunnen worden.
Op 19-jarige leeftijd werd hij bij loting ingelijfd bij het eerste regiment
infanterie in Bergen op zoom. Hij moest op 9 juli 1840 opkomen. Het viel hem
zwaar om zijn studie hiervoor te moeten onderbreken. Gelukkig duurde zijn
diensttijd niet lang, want zijn vader had met het eerste geld van de nieuwe
oogst een plaatsvervanger betaald en zo kom hij op 9 oktober de dienst weer
verlaten.
Andreas vervolgde zijn studie, maar door politieke omstandigheden was het
college gesloten en moest hij privéles gaan nemen bij de heer Schrijen in
Broek-Sittard. Zijn studie ging nu beter, dit tot verbazing van zijn vroegere
leraar de heer Kallen.
Hij sprak met zijn leraar er over dat hij Passionist wilde worden. De paters
Passionisten hadden in Ere in België pas een nieuwe stichting. Zijn leraar
moedigde hem aan om erover met zijn ouders te praten.
Zijn moeder was kort tevoren gestorven en daarom praatte hij er met zijn vader en
de pastoor over. Het was eigenlijk geen vraag of hij mocht, maar hij zei
vastberaden tegen zijn vader: "vader, ik heb altijd het klooster in willen gaan
en nu ga ik." Zijn vader en de pastoor gaven hem de zegen en op 5 november 1845
deed hij zijn intrede in het noviciaat van de paters Passionisten te Ere. Op 1
december ontving hij de zwarte Pasionistenhabijt. Hij nam de kloosternaam aan "
Karel van Sint Andries."
Op 10 december 1846 deed frater Karel zijn drie kloostergeloften, armoede,
zuiverheid en gehoorzaamheid. Daarbij deed hij ook nog de vierde gelofte van de
Passionisten, de devotie tot het lijden van Christus in zijn eigen leven en in de
harten van de mensen te bevorderen. Er volgden zeven jaar van harde studie. Deze jaren zijn de meest verborgen jaren
van zijn leven. Een enkele getuigenis is van de Nederlandse confrater Michael
Emons. Hij zegt, dat Karel altijd onderdanig, ongekunsteld, liefdevol en stipt in
het onderhouden van de heilige regel was. Hij was geliefd bij de overste en
medebroeders door eenvoud, nederigheid en gehoorzaamheid.
Frater karel werd op zaterdag 21 december 1850 door de bisschop van Doornik,
monseigneur Caspare Labis, tot priester gewijd. Door gebed, doorzettingsvermogen
en de harde studie had hij zijn doel bereikt
De passionisten hadden intussen in Engeland een nieuwe stichting begonnen en de
toenmalige overste, pater Eugene Martorelli, liet op 16 februari 1852 pater
Karel hier naar toe komen om te werken in dit moeilijke gebied. Pater Karel heeft
hier onder zeer moeilijke omstandigheden onder de weinige Engelse Katholieken
gewerkt.
Hier trof hij ook de arme Ierse immigranten die Ierland uit getrokken waren om
hier geld te verdienen. Zij leefden in een soort ballingschap. Pater karel voelde
zich sterk aangetrokken tot deze Ieren.
Hij was blij toen hij hoorde dat hij naar Ierland mocht gaan naar de nieuwe
stichting op Mount St. Argus bij Dublin.
Het was op 9 juli 1857 dat hij mocht vertrekken.
De stichting bestond uit een boerderij waar 10 religieuzen een armzalig bestaan
leden. Er was veel te weinig plaats om aan de wensen te voldoen, die noodzakelijk
waren in een groeiende communiteit
De eerste jaren in Ierland eiste veel krachten van hem. Hij nam zich geen tijd
om te wennen en nam al snel te veel werk op zich. Hij had de Ieren in Engeland
al leren kennen en vond een voorliefde voor hen, omdat hij in hen terugvond wat
hij ook in zijn eigen Limburgse volk terug vond.
Men kwam al gauw achter zijn heiligheid en van de morgen tot de avond kwamen ze
om bij hem te biechten, een persoonlijk gebed en zijn zegen. Steeds vaker werd
hij geroepen om thuis of in het ziekenhuis voor zieken te bidden en hen te
zegenen.
Hij zegende hen altijd met wijwater of met een relikwie van de heilige Paulus van
het Kruis, de stichter van de Passionisten.
Hij was al gauw bekend in Dublin als de zielarts en vele dateren hun bekering
aan het eerste gesprek dat men met pater Karel had.
Hij was altijd in gebed. Een van zijn medebroeders uit die tijd getuigd: "Zijn
geest van gebed was opmerkelijk, zijn vereniging met God en zijn gebed waren
onafgebroken. zijn bidden was de meest karakteristiek in zijn leven. Hij
verkeerde steeds in Gods Tegenwoordigheid."
Een misdienaar van Mount Argus verklaart:"Ik herinner me pater Karel heel
bijzonder als een man van voortdurend gebed. Waar hij ook was, lopend in de
gangen, zijn lippen bewogen steeds. Wij jongens waren erg onder de indruk bij
het zien van zijn voortdurend bidden."
Pater karel stond iedere dag klaar voor de armen, zieken en noodlijdenden. Als
genezer van de zielen had hij grote faam. Wat de mensen naar hem toe trok en
waarom men hem een Man Gods noemde, was dat hij ook een buitengewone gave had.
Hij stelde zijn handen te beschikking aan God om de goddelijke macht van
genezing naar ziel en lichaam over te geven naar de zieken die om zijn zegen
vroegen.
Hij kreeg al gauw de naam van de priester met de genezende handen. Zijn naam
ging al gauw rond, niet alleen in Dublin maar in heel Ierland en zelfs tot in
Engeland en Amerika toe.
Er kwamen voorduren bedevaarttochten naar Mount Argus van zieken, blinden en
gebrekkigen om de zegen van pater Karel te ontvangen. Er werd een nieuw groot klooster gebouwd
op Mount Argus en dat werd op 8 september 1863 ingezegend door de aartsbisschop
van Dublin, monseigneur Cullen. Het leven werd wat gerieflijker voor de paters.
Pater Karel hield zich bij het vele werk, dat hij deed strikt aan de regels van
de Passionisten, zodat hij maar heel weinig tijd had voor zich zelf. Men liet hem
niet met rust want als hij dan eens stil alleen in zijn cel zat te bidden, dan
werd hij weer geroepen om een biecht te horen of om een zieke te zegenen. Hij
werd mager en zwak en besteedde maar weinig zorg aan zichzelf.
Na enkele jaren werd hij naar Engeland gestuurd om tot rust te komen. Een
bijkomende rede van zijn vertrek was, dat men misbruik ging maken van zijn
genezende krachten.
In juli 1866 ging hij naar de communiteit van Braodway in Engeland. In het begin
heeft hij zich wat gespaard maar al gauw begon hij in Engeland weer aan zijn
apostolaat voor de armen en zieken.
Een medebroeder, pater Salvian schrijft: " Dag en nacht werd pater Karel naar
zieken geroepen. Hij bediende de Heilige Sacramenten, verbleef tot laat in de
avond in de biechtstoel, gaf catechismusles en preekte. In èèn woord, hij deed
al het parochiewerk."
Voor pater karel kwam op 10 januari 1874 een eind aan zijn "ballingschap" in
Engeland en mocht hij terug naar zijn geliefde klooster op Mount Argus.
Al gauw wist heel Ierland, dat hij terug was en de dagelijkse pelgrimstochten
begonnen weer.
Ierland was hem in die acht jaren van afwezigheid niet vergeten.
Hij was de pater, die tijd had voor hen en naar hun problemen luisterde, hen
bemoedigde in hun noden en hun de Goedheid, Liefde en Vriendschap van God liet
voelen.
Wat was de bron van zijn toewijding en geduld voor de lijdende mens?
Dat kan alleen zijn gebed en zijn volledige toewijding aan het lijden van
Christus.
Hij droeg altijd een klein kruisje bij zich en zijn gebedenboek. Zijn devotie en vervoering werd steeds groter. Vooral tijdens de H Mis. Deze
duurde altijd langer dan een uur. Soms stond hij volledig onbewogen en moest een
misdienaar door aan zijn misgewaad te trekken hem terug naar de mis brengen. Hij
werd zich ook steeds meer bewust dat zijn levenseinde naderde. Hij was bang voor
de dood. Aan zijn broers en zussen schreef hij: "Ik ben eenen ouden mensch en ik
vrees te sterven."
Pater karel was er diep van overtuigd, dat hij een zondaar was en bad
altijd: "Zoveel communies, zoveel missen, zoveel biechten en toch ben ik nog
zondig. Zal ik ooit gered worden? Zal ik ooit in de Hemel komen?"
Deze bede heb ik vaker gehoord bij heiligen. Bijvoorbeeld de heilige Bernadette vond ook
dat ze zondig was en vroeg zich steeds af of ze wel goed genoeg geleefd had om
in de hemel te komen.
Wij gewone stervelingen denken vaak te snel dat we zo goed zijn en kloppen ons
dan op borst met de woorden: "wij hebben dit of dat zo goed gedaan en zijn zo
goed geweest." Laten we ons zelf niet zo hoog prijzen en het voorbeeld van deze
Heiligen proberen na te volgen en hun vragen om ons daarbij te helpen.
Pater karel was diep in zijn hart in staat om te bidden: "Heer God , wees mij
zondaar genadig."
Onze lieve Heer is hem genadig geweest en heeft hem in zijn rijk opgenomen.
Dit gebeurde in 1893.
Op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, 8 december 1892, heeft hij voor het
laatst de Heilige Mis gelezen. Zijn krachten namen snel af. Hij leed aan reuma,
tandpijn, hoorde slecht en zijn rechterbeen was van de knie tot de enkel
aangetast door een verwaarloosde belroos.
Hij had veel pijn maar er ontsnapte geen klacht over zijn lippen. Bij het toedienen van het sacrament van de zieken was de hele kloostercommuniteit aanwezig
en bad pater Karel:"MIJN Jezus, ik aanvaard deze pijnen uit liefde tot U. Ik
verlang te lijden om daardoor U te behagen."
Het was op 5 januari 1893 om 6 uur in de morgen dat pater
Karel werd opgenomen
in de Hemel.
Zijn dood was helemaal in verhouding met zijn leven. Rustig, niet
opdringerig, bescheiden en levend voor God. Hij werd in de kerk opgebaard tot 10
januari en velen haastten zich naar het klooster om afscheid van de pater met de
genezende handen te nemen en nog gauw rozenkransen, zakdoeken en gebedenboeken
aan zijn lichaam aan te strijken.
Zijn begrafenis op 10 januari 1893 bracht duizenden mensen op de been. In de kerk en
op de straten tot ver in de omgeving stonden vele pelgrims.
Zijn dood betekende niet het einde van zijn apostolaat. Neen, zijn werk gaat
door. Hij is nog steeds een steun en hulp voor vele die hem vragen om voorspraak
en hulp bij ziekte en noden.
Nog steeds gebeuren er op onverklaarbare genezingen op zijn voorspraak.
Wij verlaten nu de kleine kapel in zijn geboortehuis en gaan weer verder. Wij
vertrouwen op deze grote Heilige, dat hij ook ons helpt en bijstaat in ons leven
en vragen hem om een klein beetje van zijn doorzettingsvermogen en geduld voor
de medemens. Geef ons met een even grote liefde voor de armen en zieken. Heilige
pater karel, bid voor ons en zegen ons.
Voor mij is hij speciaal om zijn hele leven maar ook omdat hij een van ons is.
Een echte Limburgse Jong. Als ik tot hem bid kan dat gewoon in het Limburgs, dat
verstaat hij zeker. Ik heb zo het gevoel van wij Limburgers onder elkaar.
Wat mij wel erg opvalt aan de afbeeldingen van Pater karel is, dat hij op de
meeste een erg vermoeide indruk maakt. Maar als je zo zijn leven overweegt, dan
is dat echt niet vreemd.
Pater Karel sprak regelmatig woorden van zegen:
| Gebed
voor een bijzondere intentie

O God, die aan de Zalige Pater
Karel de genade hebt geschonken door zijn zegen zovele geestelijke en
lichamelijke zieken en lijdenden te helpen en te genezen, verleen ons,
nu wij met zoveel vertrouwen op zijn voorspraak tot U komen de gunst,
die wij door zijn bemiddeling van U afsmeken. Gedenk Uw goede en
getrouwe Dienaar Pater Karel: zijn gebeden, zijn boetewerken, zijn
liefde tot U en zijn lijdende medemensen, en schenk ons door zijn
verdiensten, in vereniging met de verdiensten van Jezus Heilige Wonden
en de Smarten van Maria de bijzondere intentie, die wij U zo dringend
aanbevelen.
Amen.
Onze Vader - Wees gegroet - Eer aan de Vader.
Zalige Pater Karel bid voor ons
en zegen ons. |



Laatst bijgewerkt: 1 januari 2009
|