In verschillende kloosters vervulde zij de taken van keukenhulp,
hovenierster en portierster. Uiterlijk onderscheidde zij zich in niets van haar
medezusters, behalv
e
door een intens religieus leven, dat op velen een diepe indruk maakte. Op het
feest van de Onbevlekte Ontvangenis verscheen haar de H. Maagd, die haar
mededeelde dat zij op verlangen van God op een geheel andere wijze haar Moeder
zou zijn en leerde haar de weg naar volmaaktheid. Zij muntte vooral uit in de
nederigheid, want Maria had haar gezegd: "Nederigheid, nederigheid en nogmaals
nederigheid." Dikwijls genoot zij het gezelschap van engelen en verscheen haar
het Goddelijk Kind. Zij doorleefde het lijden van Christus alsof zij er zelf bij
tegenwoordig was en ontving verheven openbaringen omtrent het geheim der
Drie-eenheid. Ze bad veel voor de zielen in het vagevuur, vaak stond God de
zielen toe haar hulp en verlichting te vragen en later haar bevrijding aan te
kondigen. Nog meer ging haar echter het lot der stervenden ter harte. "Vandaag",
schrijft ze, "zag ik Jezus in doodstrijd en Hij fluisterde mij toe: Mijn
dochter, help Mij de zielen van de zondaars te winnen. Ik begreep hoe ik hen
redden moest en bereidde mij voor op groter smarten. Mijn lijden nam toe en ik
gevoelde de wonden in mijn handen en voeten en zijde. Ik voelde de haat van de
zielevijand, maar hij kon mij geen kwaad berokkenen." "Dikwijls", schrijft ze,
"had ik contact met de stervenden, soms met hen die op verre afstand waren en
door het gebed ontving ik voor hen de genade van het geloof in Gods
Barmhartigheid.
De eerste verschijning, die zuster Faustina van Jezus mocht ontvangen, was
te Plock (Polen) op 22 februari 1931. Zij verhaalt als volgt:" Toen ik 's avonds
in mijn cel was, aanschouwde ik Jezus, gekleed in een wit gewaad. De rechterhand
had Hij opgeheven om de Zegen te geven, met de andere raakte Hij zijn kleed aan
ter hoogte van Zijn Hart. Uit het kleed, dat bij het Hart een weinig was
geopend, schitterden twee stralenbundels: de ene was rood, de andere wit. Stil
schouwde ik op naar de Heer. Mijn ziel was beangst, doch tevens opgetogen van
vreugde. Na enkele ogenblikken zei de Verlosser mij:" Vervaardig een beeld van
Mij, gelijk gij Mij nu aanschouwt met het onderschrift:" Jezus, ik vertrouw op
U! Ik wil dat dit beeld vereerd wordt, eerst in uw kapel en daarna in geheel de
wereld."
Haar opdracht wordt het de barmhartigheid van Jezus over de gehele wereld te
verbreiden. Alle priesters moeten verkondigen hoe groot de barmhartigheid van
Jezus is. Ook vraagt Jezus de bekering van de zondaars, zonder vrees mogen zij
tot Hem komen.
Deze zending van de eenvoudige zuster Maria Faustina begon in 1931 en is nu
wereldwijd van grote betekenis. De tweede zondag na Pasen wordt de dag van de
Goddelijke Barmhartigheid en in de gehele Kerk gevierd.
Op 27 mei 1933 vertrekt zuster
Faustina naar Wilno (Vilnius). Daar onmoet ze de eerwaarde Sopocko die haar geestelijk
leidsman wordt. Na heel wat aarzelingen besluit deze de beeltenis van de
barmhartige Jezus te laten schilderen, maar hij wil weten wat de betekenis is
van de witte en rode lichtbundels die uit het Hart van de Heer stralen. Zuster
Faustina ondervraagt de goddelijke Meester en deze antwoordt: "Zij betekenen
water en bloed. Het water dat de zielen rechtvaardigt, het bloed dat leven van
de ziel is. Zij vloeien uit mijn op het kruis doorboorde Hart. Deze stralen
beschutten de ziel tegen de toorn van mijn Vader", dat wil zeggen tegen de
terecht verdiende straffen voor onze tekortkomingen. Op de zondag van Quasimodo
(Paasoctaaf) in 1935 wordt het icoon in het openbaar tentoongesteld in het
heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Ostra Brama en terstond manifesteert de
goddelijke Barmhartigheid zich door middel van talloze genaden van buitengewone
bekeringen.
Op vrijdag 8 december 1937 voelde
Zuster Faustina sterk de nabijheid van God gedurende de H. Mis. Na de H.
Communie zag zij met een groot vertrouwen tot Hem op en vroeg Hem: "Jezus, ik
smeek U om uw oneindige Barmhartigheid, laat alle zielen die vandaag zullen
sterven voor het vuur van de hel gespaard blijven, zelfs al waren zij de
grootste zondaars. Het is vandaag vrijdag, de dag van uw bitter lijden op het
kruis. Omdat uw Barmhartigheid oneindig is, zullen de engelen zich er niet over
verbazen." En de goddelijke Meester drukte haar inniger aan zijn Goddelijk Hart
en zei: "Beminde dochter, gij begrijpt goed de afgrond van mijn Barmhartigheid.
Weet, dat wat gij vraagt een grote gunst is, maar Ik zal doen wat gij vraagt."
In opdracht van haar geestelijke leider schreef zij een dagboek in zes delen.
In februari 1938, enige maanden voor haar dood, kreeg Maria Faustina een
verschijning van de Heilige Maagd Maria. Zij verscheen haar in een groot licht,
gekleed in het wit en omgord met een gouden ceintuur. Op Haar sluier droeg zij
een gouden kroon. Op Haar arm droeg Zij het Kind Jezus. De Heilige Maagd keek
haar aan en zei:
"Ik ben de Moeder van het
Priesterschap"
Daarna legde Zij Haar Kind op de grond neer, hief Haar rechterarm ten
hemel op, keerde zich naar Maria Faustina toe en zei:
"Mijn God, zegen Polen,
zegen de Priesters"
Zij keerde zich daarna tot de kloosterzuster en zei:
"Zeg tegen de priesters, wat
je zojuist hebt gezien"
Tot aan het eind van
haar leven heeft zuster Faustina werken van Barmhartigheid jegens haar naasten
volbracht. Vanaf 1933 is ze door tbc aangetast. Haar meerderen
zien niet
onmiddellijk de ernst van het kwaad in dat de zuster in stilte verdraagt. In
december 1936, terwijl de ziekte al ver is gevorderd, wordt ze naar het
sanatorium gestuurd. Ze blijft daar vier maanden; vervolgens, in l938, opnieuw
vijf maanden. Ze bidt vurig voor de stervenden in haar omgeving waarin ze vaak
bekeringen bewerkstelligt, zelfs onder menselijk gesproken wanhopige
omstandigheden. Ze bidt tot hun intentie het "rozenhoedje voor de goddelijke
Barmhartigheid" dat haar is geopenbaard op 14 september 1935 (cf. ingesloten
beeltenis). Zuster Faustina overleed in geur van heiligheid
op 5 oktober 1938 aan tuberculose in het moederhuis te Lagiewniki bij Krakau. Ze
was toen 33 jaar oud. Het informatief proces dat duurde van 1965 tot 1967 over
haar leven en deugden werd ingezet en plechtig afgesloten door kardinaal Karol
Woytila. Tijdens dit proces werd op 25 november 1966 haar stoffelijk overschot
overgebracht naar de kapel van de Zusters van de Moeder van de Goddelijke
Barmhartigheid te Lagiewniki. Het zaligverklaringproces van de Dienares van God
werd ingezet in januari 1968. Op 18 april 1993, op Beloken Pasen, de dag waarop
het feest gevierd wordt van de Goddelijke Barmhartigheid van het H. Hart, werd
zij te Rome zalig verklaard. De heiligverklaring voltrok zich op 30 april 2000.
Paus Johannes Paulus II heeft de eerste zondag na Pasen uitgeroepen tot Zondag
van de Goddelijke Barmhartigheid.
Wat daarop volgde was nog verbazingwekkender. De verspreiding van de devotie
in Polen kreeg een bijna epidemisch karakter in de oorlogsjaren. De bidprentjes
met het intense portret van Jezus met de twee lichtstralen uit zijn borst, was
algemeen bekend. Men bezocht massaal het klooster in Lagieuwniki waar Faustina's
graf lag en de bijbehorende kapel. De religieuzen vertelden de pelgrims over
haar liefde en bezorgdheid voor Polen, over Faustina's voorzeggingen over de
oorlog. Er werden alom vieringen gehouden en op de zondag na Pasen werd het feest van
de Barmhartigheid gevierd. Plechtige wijdingen van de afbeelding vonden plaats.
Bisschoppen gaven toestemming om de bidprentjes en afbeeldingen te publiceren.
In 1951 waren er 130 centra van de goddelijke Barmhartigheid in Polen. Bovendien
werd de devotie door soldaten en vluchtelingen naar alle delen van de wereld
gebracht.
Zending:
God wil de wereld redden. Daarom gaf
Hij aan Zuster Faustina de zending, de mensen op te wekken tot een onbegrensd
vertrouwen in de Barmhartigheid van Zijn Goddelijk Hart. Zo sprak Jezus onder
meer tot haar: "Weet, mijn dochter, dat mijn Hart de Barmhartigheid zelf is.
Vanuit deze zee van Barmhartigheid vloeien stromen van genaden over de hele
wereld. Geen ziel die tot Mij komt, gaat van Mij heen zonder gesterkt te zijn.
Alle ellende verdwijnt in mijn Barmhartigheid en elke genade, die verlost of
heiligt, stroomt uit deze bron. Ik wil dat de priesters tot de zondige zielen
over mijn grote Barmhartigheid zullen preken". En: "Gelijk een moeder die haar
kind beschermt, zo bescherm Ik de zielen, die gedurende hun leven het vertrouwen
op mijn Barmhartigheid zullen bevorderen en in het uur van hun dood zal Ik niet
hun rechter maar hun zaligmaker zijn." Zuster Faustina 1905-1938
Officiële websites:
http://www.faustyna.pl
http://www.faustinum.pl
Zie hier
voor de
Rozenkrans van de Goddelijke Barmhartigheid
- Stichting Marypages -
|
De stichting heeft ten doel:
het instand houden, onderhouden en uitbreiden van de Internet homepage
“Marypages” om het Rooms-Katholieke geloof te promoten, waarbij de
nadruk ligt op de Maria-devotie. Resterende verkrijgingen en baten
zullen ten goede komen van goede doelen op Rooms-Katholieke grondslag.Ingeschreven Kamer van Koophandel Flevoland, onder nummer:
39100629
Donateur:
U bent al donateur van de stichting voor minimaal
€ 20,- per jaar
U heeft dan recht op:
- 4x de nieuwsbrief van de Stichting Marypages
- 1 wonderdadige medailleBij een donatie van minimaal € 50,-- krijgt u
bovendien 1 prachtige lichtblauwe rozenkrans uit Lourdes
toegestuurd.
Uw financiële hulp is essentieel voor het
voortbestaan van Marypages.
Als u een donatie wilt doen, klik dan alstublieft op de knop "online
doneren" hieronder.

 |

