|
Christenen zijn volgelingen van Jezus.
De Romeinen vonden de christenen wel heel raar. De christenen, net als
de Joden, vereren maar één god. De Romeinen vereerden zelf veel goden.
Herodus Agrippa I was koning van Juda, van 41-44 na
Christus. Agrippa verafschuwde de Christelijke sekte van de Joden en zag
ze als onruststokers. Hij gaf opdracht de christenen te vervolgen en
velen stierven een martelaarsdood. Elf van de 12 apostelen, en velen
onder de overige vroege discipelen, stierven voor hun loyaliteit aan hun
geloof in Jezus. Dit is zo spectaculair omdat zij zelf getuige waren
geweest van alle vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en zijn
wederopstanding, en deze toch tot hun dood bleven verdedigen.
Volgens Handelingen breidde het aantal christenen
zich in het begin vooral uit via Joodse groepen verspreid over het
Romeinse Rijk. Maar omdat het christendom in tegenstelling tot het
jodendom niet beperkt is tot etnische Joden, sloten ook hoe langer hoe
meer niet-Joden zich aan. Het aantal christenen liep hiermee op tot
enkele procenten van de totale bevolking. Omdat
het aantal christenen zo snel groeide, besloot keizer Nero (keizer van
Rome van 13 oktober 54 tot 9 juni 68) om ze te vervolgen. Hij gaf de
christenen de schuld van de Grote Brand van Rome in 64. Hij liet ze
oppakken en ter dood veroordelen. Geruchten gaan dat Nero zelf de brand
heeft laten aansteken. Maar dergelijk excessen waren eenmalig. Meestal
lieten de Romeinen de christenen met rust. Tot de derde eeuw. maar
Nero geeft de schuld aan de Christenen. Er
brak een vreedzamere tijd aan onder Vespasianus (keizer van Rome van 69
tot 79) en zijn zoon Titus (keizer van Rome van 79 tot 81). Als Titus
in 81 plotseling overlijdt, wordt Domitianus als zijn rechtmatige
opvolger erkend door de senaat. Keizer Domitianus (81-96) verschilde in
zijn gruwelijkheid ten opzichte van de christenen niet veel met zijn
voorloper Nero. In de eerste helft van de 3e eeuw gingen veel
welgestelde burgers over tot het Christendom. Dat blijkt uit het feit
dat keizer Domitianus enkele senatoren heeft laten terechtstellen, op
beschuldiging van atheïsme en een christelijke levenswijze.
Keizer Trajanus Decius (249-251) meende dat dit nog eens verkeerd zou
gaan aflopen. Christenen waren koppig en eigenzinnig. Zo weigerden zij
bijv. om wapens te dragen. Door het Christendom zouden de mensen beslist
geen dappere en gehoorzame onderdanen worden. Daarom nam hij
verschillende maatregelen om de verdere verbreiding van het Christendom
tegen te gaan. Ter wille van de eenheid van het rijk zette de energieke
keizer ± 250 een algemene en systematische vervolging in van de
Christenen.
In 313 stopte Constantijn de christenvervolging. Op de avond voor een
belangrijke veldslag droomde keizer Constantijn dat hij moest strijden
onder de vlag met het Christusteken. Toen hij dat deed en vervolgens de
veldslag won, stopte hij de vervolgingen en werd zelf een christen. Toen
benoemde hij alleen christenen als staatsfunctionarissen. Heidense
functionarissen werden aangemoedigd om christen te worden. Ook liet
Constantijn veel kerken bouwen en gaf hij veel landerijen en geld aan de
kerken.
|