|
Op Allerzielen (het feest van
alle zielen) bidt de Katholieke Kerk voor alle overledenen die nog niet
bij God in de hemel zijn.
Deze dag wordt gevierd op 2 november, de dag na Allerheiligen, waarmee
deze dag nauw verbonden is. Met Allerzielen worden de overledenen
herdacht en wordt een requiemmis opgedragen. Tijdens de mis worden
overledenen van het afgelopen jaar in de parochie genoemd.
Allerzielen stamt uit de Benedictijner kloostertraditie van Cluny, waar
het waarschijnlijk in de tiende eeuw voor het eerst werd gevierd. In de
13e eeuw kreeg het de naam Allerzielen. In de 14de eeuw werd deze
herdenkingsdag algemeen in de Rooms-Katholieke Kerk.
Tijdens het concilie van Trente (1545-1563), bijeengeroepen door paus
Paulus III werd de geloofsleer van het vagevuur vastgelegd. De kerk
leert ons dat de zielen van de overledenen min of meer zondig zijn en
kunnen wachten op hun loutering om voor God te verschijnen. De diepere
gedachte achter Allerzielen is dat door het bidden voor de
doden, zij geholpen worden naar de eeuwige zaligheid door het verblijf
in het vagevuur te bekorten.
Het is dus een dag waarop wordt gebeden voor de zielen van alle doden.
Een oud gebruik is, om naar de kerkhof van vrienden en familie te gaan
om bloemen te plaatsen, kaarsen op te steken en te bidden. |