|
Het
woord 'advent' is afgeleid van het Latijn: adventus (=komst, er aan komen) en
advenire (= naartoe komen). Letterlijk betekent Advent: God komt naar ons toe.
De Advent heeft in de liturgie een dubbel karakter:
Het is de voorbereidingstijd op het Kerstfeest,
de geboorte van Jezus Christus in onze mensengeschiedenis ruim 2000 jaar geleden.
Eveneens
is de Advent de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op het einde der
tijden, wanneer God alles in allen zal zijn.
Advent
begint op zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4
december; dit jaar begint de Advent derhalve 28
november 2010.
De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent.
Zo leven
wij in de Advent naar het kerstfeest toe, opdat Jezus, Emmanuel God-met-ons,
ook in ons eigen leven geboren mag worden. In deze periode worden wij uitgenodigd
een grondhouding van verwachting en openheid aan te nemen. Wij maken ons hart
klaar om Hem te ontvangen en opnieuw binnen te laten. De liturgie van de 4 adventszondagen
wil die grondhouding ondersteunen en stapsgewijze gestalte geven.
In de kerk komt een adventskrans te
hangen. Daar staan vier kaarsen op. Iedere zondag van de Advent wordt er een
kaars ontstoken. We zien uit naar de komst van Jezus, 'het Licht der wereld'.
Als men in de advent streng de kleuren van de liturgie volgde, hanteerde men op
de groene adventskrans met 3 paarse en 1 roze kaars en paarse linten. De advent
is een periode van bezinning, zich bewust worden van de rol van God in zijn
schepping, inkeer. Vandaar de paarse kleur in deze tijd van het jaar. Op de 3de
zondag van de advent wordt het "gaudete' (verheugt u) gezongen en dan brandt de
roze kaars en draagt de priester roze gewaden in deze kloosters als teken van
vreugde omdat de komst van de Heer aangekondigd werd en men al voorbij de helft
van de advent is. Met Kerstmis worden de paarse linten vervangen door witte
linten en de krans wordt omhoog gehangen in het gewelf van de kerk. In het
midden kan een bloemstuk komen met witte linten of een maretak als symbool van
de geboorte van het Kind dat geluk brengt.
De
priester draagt in deze adventstijd een paars kazuifel. Paars is de kleur van
bezinning, boete en bekering. In de advent wordt het 'Eer aan God' (Gloria)
niet gebeden of gezongen. Dit vreugdelied zongen de engelen in Betlehem bij
de geboorte van Jezus. We zingen het in de Advent niet, omdat de Advent een
tijd van inkeer is: zo klinkt het met Kerstmis weer als een nieuw lied. Dat
nieuwe lied mogen we met Kerstmis met de engelen meezingen, vol blijdschap om
de geboorte van Jezus.
De eerste
lezingen in de Advent zijn voor het merendeel genomen uit de profeet Jesaja,
die Israël op weg zette om de Verlosser te ontvangen. Jesaja schetst verschillende
beelden over Diegene die gaat komen. In de Evangelies komen we vaak de laatste
grote profeet van het Oude Testament tegen, Johannes de Doper, de voorloper
van Jezus. De Advent is liturgisch gezien een 'Mariamaand'. Met Maria zien wij
vol verwachting uit naar Jezus die naar ons toekomt.
Om ons goed op het Kerstfeest voor te bereiden treft u
hieronder een verwijzing naar
de Adventskalender vanaf 28
november voor iedere zondag van deze Advent een
gebed aan. Een prima ondersteuning
voor ieder van ons om dieper na te denken over de komst én de wederkomst van
Christus!
Klik hier voor de
Adventskalender 2010
|