|
De Tien Geboden
zoals in de bijbel genoemd, Exodus
20:3
Ik ben de Heere uwe God
1.
Gij zult geene andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
2.
Gij zult u geen gesneden beeld noch eenige gelijkenis maken van
hetgeen dat boven in den hemel is, noch van hetgeen dat onder op de
aarde is, noch van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is. Gij
zult u voor die niet buigen noch hen dienen; want Ik de Heere, uw God,
ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen,
aan het derde en aan het vierde lid dergenen die Mij haten, en doe
barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en mijne
geboden onderhouden.
3.
Gij zult den naam des Heere uws Gods niet ijdellijk gebruiken,
want de Heere zal niet onschuldig houden die zijnen naam ijdellijk
gebruikt.
4.
Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij
arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat des Heeren
uws Gods dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uwe
dochter, noch uw dienstknecht, noch uwe dienstmaagd, noch uw vee, noch
uw vreemdeling die in uwe poorten is; want in zes dagen heeft de Heere
den hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en Hij
rustte ten zevenden dage: daarom zegende de Heere den sabbatdag, en
heiligde denzelven.
5.
Eer uwen vader en uwe moeder, opdat uwe dagen verlengd worden in
het land, dat u de Heere uw God geeft.
6.
Gij zult niet doodslaan.
7.
Gij zult niet echtbreken.
8.
Gij zult niet stelen.
9.
Gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.
10.
Gij zult niet begeeren uws naasten huis, gij zult niet begeeren
uws naasten vrouw, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd,
noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets dat uws naasten is.
|